Gedroogd Mensenvlees op Friese Klei

De kerk, in de zomer genomen

Het grootste wonder is dat jij wel bestaat en niet niet bestaat.

Naast dat wonder zijn er -zichtbaar voor iedereen die er oog voor wil hebben- overal fenomenen om je over te verwonderen.  In Wiewerd op de Friese zeeklei is dat de Mummiekelder, waar nog 4 van de 11 gedroogde mummies puntgaaf opgebaard liggen in een kelder.

Nergens ter wereld blijven lijken zo goed gedroogd bewaard als in deze kelder, of het moet in de Bleikeller van de Dom van Bremen zijn.

…en daar lig je dan: de eerste mummies waren van het adelijke geslacht van de Walta’s. Later kwamen daar Labadisten (sekte) bij

De 7 van de 11 zijn sinds de ontdekking van de kelder in 1765 daar uit geroofd via grafschennis, als souvenir voor medische studenten van de medische faculteit die de Universiteit van Franeker nog had. Of mogelijk in de tijd van de Franse bezetting tot 1815.

Hup, even een handje afbreken, als souvenir.

De oorspronkelijke opstelling

Het boekje ‘Wiewerd en zijn Historie’ van Jacob Hepkema (1896) verhaalt dat de lokale bevolking – na het nuttigen van een slokje- regelmatig even in de kelder kwam:

Zeker is het intussen, dat menig lijk geschonden is. En om ook eens een fataal stukje uit onze tijd (nl 1896) te geven, melden we hier, wat een kermisreiziger ons verhaalde, die we ontmoetten bij (buurdorp RZ) Oosterwierum en vroegen naar de weg naar Wieuwerd.

Sil’t nei de kelder?’ zei hij. Ja dat was het doel. ‘Ben je er bekend’.

“Dat soe’k tinke, Ik kom d’r no al tritich jier oanien. Wiwuwerd is us leste merk, dan lizze we op four de winter. Ik bin faker als ien keer yn de kelder west, meastal nei it orinnen fan ‘e merke; de leeste kear wie’k er mei in kammeraed, dy’t n slokje op hie en dy die it mal.

Hij krige ien fan de liken ut e kiste en sie: dou heste sa lang al op e rech lein, jonkje, ik sil dy ris omkeare! Wie’t net troch alles hinne?”

Hallo, daar lig je dan

De dronken kameraad van de kermiskoopman draaide dus een lijk om in de kist. Maar ook uit naam van de wetenschap werd er met lijken gesjouwd. Het boekje verhaalt van Dr Ledder (1848) die alle lijken inspecteerde volgens de laatste stand der wetenschap.

Ook in de 19de eeuw werden er plevieren opgehangen, kijken hoe ze vergaan, nu 2 papegaaien en een spreeuw

Ledder vond in de kisten een lijk met afgescheurde rechterarm. Kisten met lijken waren gevuld met hop (ingredient voor bier) en hooi. Het best bewaarde lijk – dat van Goudsmid Stellingwerf- woog 3 kilo. Dat werd eerder nog door de onderzoeker en fotograaf Van den Bergh buiten de kelder gesjouwd.  Om op de plaat te kunnen zetten.

De spreeuw droogt uit maar vergaat extreem langzaam

Ledder testte of de unieke eigenschap van uitdroging zonder ontbinding in de kelder nog werkte:

Te dien einde werden er een snoek en een stuk lever in de kelder opgehangen. ’t Was zomer en maar kort duurde het,  of het verderf verspreidde zich dermate in de kerk dat beide objecten verwijderd moesten verwijderd.

In oktober van dit jaar werd de proef herhaald met een baars en een goudplevier. Nu begon de uitdroging zeer spoedig, in december was zij reeds ver gevorderd en na een tijdsverloop van een jaar volkomen. Beider gewicht bleek teruggebracht tot 1/4.

Op de zelfde dag van oktober dat baars en plevier in de kelder waren opgehangen, plaatste de onderzoeker ook twee plevieren op zijn eigen zolder in een luchtstroom, vrijwel onder de zelfde omstandigheden. Ook deze droogden uit maar bleven veel zwaarder.

Daarna sloot hij een verse haas in een goed sluitende doos met een weinig hooi en op de zelfde wijze een baars, welke dozen op de kisten in de kelder gezet werden. Dit geschiede 20 januari 1850. Enige tijd bleven beide dieren onveranderd, docht bij het stijgen der warmte sprong een der dozen open ten gevolge van het loslaten der lijm.

Het was die van de baars en deze nu droogde geheel uit als de lijken, doch de haas in de dicht gebleven doos ging tot bederf over.

Lorre

Proeven met opgehangen vlees en vet toonden dat vet onveranderd bleef en dat vlees- beschermd tegen aasvliegen- langzaam uitdroogde.

Meer dergelijke proeven met vlees in de kelder en elders opgehangen, zijn er genomen, docht telkens met het resultaat, dat er in de kelder nog iets anders plaats heeft dan het verwijderen der vloeibare delen, die eenmaal voorhanden waren in de weefsels.

En daar schuilt ’t onopgeloste raadsel, waarop de heer Van den Bergh dit antwoord geeft; “Niet onmogelijk dat uit den bodem zekere gassen opstijgen, die de eigenschap bezitten om volkomen alle bederf te weren.” Die zekere gassen laten de kwestie nochtans vrijwel in het onzekere.

De vier resterende kisten

Het wonder van Wieuwerd raakte in Europa beroemd. Een Engelse lord bouwde exact de zelfde grafkelder na om te testen of daar – zonder succes- ook mummificatie plaatsvond. Het moet iets met de lucht-toevoer zijn. Zodra de luchttoevoer werd afgesloten versnelde de ontbinding.

Maar iets op de locatie zelf speelt ook een rol, wie het weet mag het zeggen… Nu hangen er een spreeuw en papegaai te drogen boven de vier kisten, met daarin nog steeds de goudsmid.

Overigens is het normaal dat je bij de juiste atmosferische condities een lijk kunt drogen.

Trevelez, het stadje in de Sierra Nevada van de Spaanse Bergham = Serrano-Ham

Je kent dat als Serrano-Ham, bergham, varkenslijken die de Spanjaarden te drogen hangen na ze te zouten. Hartstikke lekker op een broodje als Boccadillo Catalana. In Trevelez in de Sierra Nevada op zo’n 1400 meter hoogte schijnt de berglucht zo ideaal te zijn, dat je dode varkens zo te drogen kunt hangen.

Ook in cafe’s onder rokende bezoekers. ‘Gerookte ham’ krijgt zo een Marlboro flavour, of wat die Spaanse bergbewoners ook maar voor merk roken. Maar roken doen ze.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *