Het Friese Zeeklei-landschap, Romantiek voor Gevorderden

At je ’t mar sien wille, Romantisch landschap voor mensen die het willen zien, terpdorpje Schraard

Nationalisme en traditionalisme wint in Europa terrein (Italie, Hongarije, Polen) als reactie op Globalisme. Die bewegingen hebben van oorsprong een Romantische inslag. Kunnen wij uit (Fries) Nationalisme ook de goede dingen meepikken?

Jazeker!

De herwaardering van je eigen landschap, historie, en tradities die dat landschap vormden, daar kan alvast niets mis mee zijn. Bedenk verder dat ‘nationalisme’ in de 19de eeuw als progressief werd gezien, als bewegingen voor volks-emancipatie. Dus waarom zou dat nu niet meer kunnen?

Zoals gisteren al aangekondigd in het beeldverhaal over windturbines bij de Gulden Halsband van Pingjum, duiken we daarom vandaag in de Romantische trekken van het Friese Zeeklei-landschap.

Agro-Woestijn bij Kimswerd, geboorteplaats volksheld Grutte Pier (+1520), naast het gisteren besproken Pingjum, Oud Zeekleiland

Er valt genoeg te herontdekken.  Hoeveel mensen zijn beter bekend in het buitenland dan met hun eigen omgeving? Zo leer ik ook pas recent de eigen geboorte-provincie herontdekken, en kwamen we gisteren terecht in dorpjes als Schraard en Longerhouw.

Dit mede dankzij de reisgids 419x Friesland (2005) van Peter Karstkarel, waarin alle dorpjes staan afgebeeld en kort beschreven.  (nu 5 euro)

OK, een voetnoot bij de groten als Paulus Potter en Jacob van Ruisdael, maar toch….

In tegendeel tot wat kunsthistorici beweren, hadden we hier wel degelijk een Romantische periode in de 19de eeuw, zo beschrijft het hier afgebeelde boek Meesters van de Romantiek 1800-1850.

In Friesland begon en eindigde dat wat later, zodat we in 1870 ons Blut Und Boden-volkslied kregen, op de wijs van een Duitse romantische lied-dichter. (Frysk Bloet Tsjoch op)

Bij de Romantiek hoort nadruk op individuele beleving, ook in godsgeloof. En natuurlijk de verheerlijking van de natuur. Ook hoort bij Romantiek het ophemelen van de eigen streek-historie.

De Pompebleden-vlag stamt uit 1952

Natuurlijk waren Nederlandse Romantische landschaps-schilders een voetnoot bij Jacob van Ruisdael en Paulus Potter uit de Gouden Eeuw. Maar ze waren er wel, zoals Barend Cornelis Koekkoek, Johannes Bosboom, Wijnand Nuyen. En Andreas Schelfhout.

En zij zochten in het Nederlandse landschap naar het ‘eigene’, iets dat Romantische contemplatie kon bewegen, individuele beleving en een innige ervaring met de natuur.

DE plaat die de Romantiek definieert, de Bergwandelaar van Caspar David Friedrich (1818)

Aan ‘Meesters van de Romantiek’ uit 2005 werkte Marita Matthijssen mee, biograaf van 1 van de weinige schrijvers die hier tot De Romantiek wordt gerekend: Jacob van Lennep, hier al besproken.

De jurist Van Lennep oordeelde bij zijn wandeling door Friesland, en de rest van NL in 1823 weinig lovend over de Friese aard:

De oude plompheid, de lompigheid in het werk, de stijfhoofdigheid, familietrots, waanwijsheid, het alleen maar goed vinden wat inheems is, de ouderwetse toon, de lompe uitspraak, het gebrek aan moed om iets groots te ondernemen.

De vrees om af te schaffen wat eenmaal ingevoerd is ook al is het nog zo armzalig, gebrek aan echte verdraagzaamheid, dat alles blijft zoals het was in de tijd van Grote Pier.

Die aard is inderdaad nog steeds wat stug, en soms wat vijandig tegen ‘net fan hjirre’. In het voorjaar kun je daar beter tegen dan in de winter. Net als het kale Zeeklei-landschap, dat ook schoonheid voor doorzetters is.

Dotterbloemen bij Longerhouw

Van Lennep maakte als Leids student een voetreis door het eigen land op zoek naar het streek-eigene en volksverhalen. Waar rijkeluis-zonen normaliter een Grand Tour maakten (waarvan de term ‘toerisme’ is afgeleid) naar Parijs, Venetie en Rome, zocht Van Lennep het in het streek-eigene.

Zijn voettocht was een beetje vergelijkbaar met wat de zeer Romantische Gebroeders Grimm deden, die de volksverhalen van lokale Duitse gemeenschappen optekenden. Als een soort culturele antropologie. Doen alsof door mondelinge overlevering zo nog iets van het voor-christelijke verleden zou zijn te traceren.

Wat je vindt in plaatsnamen als het Noord Hollandse Heiloo, het Heilige Bos, toen in voor-christelijke tijden nog heilige bomen bestonden voor offers aan de Goden. Wodanseiken.

De Nederlandse poging tot De Romantiek. De voorplaat staat ook in ‘Meesters van de Romantiek’ afgebeeld, Andreas Schelfhout zijn ‘Boerenerf’ (1825-1830)

Zo gingen we in de 19de eeuw ook Friese Volkshelden en vrijheids-strijders ophemelen, als Grutte Pier uit het zeeklei-dorp Kimswerd naast Pingjum, waar Van Lennep al naar verwees. Dat is de in 1520 gesneuvelde Pier Gerlofs Donia wiens 6 kilo zware zwaard in het Fries Museum ligt.

Daarmee hakte hij Saksische indringers de kop in, hoera. Wie 1 man doodslaat is een moordenaar, wie hele volksstammen afslacht is een veroveraar en gaat de geschiedenis in.

Van Pier komt de eerste Friese les die ooit aan Hollanders werd gegeven, ‘Buter Brea en Griene Tssis, wa’t dat net sizze kin is gjin oprjochte Fries. Was je ‘Net Fan Hjirre’, een ‘Hollander’, dan ging vervolgens je kop er af, aldus de Romantische overlevering.

Of we daar even trots op willen zijn….

Er is nu ook Grutte Pier Bier dat won al internationale prijzen

Conrad Busken Huet schreef over hem in de 19de eeuw:

Hij was een boom van een kerel, donker van gelaat, breedgeschouderd, met een lange zwarte baard, van nature een ruw humorist, door de omstandigheden in een grote wreedaard herschapen.

Uit persoonlijke wraak over bloedig onrecht, wat hem is aangedaan (in 1514) met het doden van bloedverwanten en de vernietiging van zijn eigendom, werd hij een vrijheidsstrijder.”

Raaigras-woestijn bij Jorwerd, met de toren van de Mammon (Avero) op de achtergrond

De Friezen brandden in 1517 nog Medemblik plat, een wraak-actie. Zulk vandalisme is toch niet iets om je 500 jaar later nog op te beroepen.

Je moet het leren waarderen. Slaperdijk De Slachte, en het is ook niet overal om te jubelen.

Dus laten we het bij de Friese zeeklei-landschappen houden met kerkje, die toch het meest kenmerkende zijn, de ‘smoel’ van de Klei-Friezen. Over de Woud-piekjes, de Woud-Friezen hebben we het nog wel eens een andere keer.

Onze kleivlakte met groene Agro-Oceaan, en dorpjes die als Zadeldaktoren-eilandjes verspreid liggen, dat nodigt niet uit tot heftige stemmingen.

Van Himmelhoch Jauchzend en Zum toten Betrubt. Als de lijdende Jonge Werther van Goethe die zelfmoord pleegt omdat hij lijdt aan het leven, de Weltschmerz waarnaar alternatief medium Cafe Weltschmerz vernoemd is.

Weltschmerz in de Wutachschlucht

Voor echte Weltschmerz-  het lijden aan de wereld- kun je beter naar de- hier geportretteerde– Wutachschlucht, de kloof met de Woedende Stroom (Wut Ache), waar het water van de Feldberg door kolkt, en takken die van melancholie kronkelen.

Of je gaat bij Hitler op de Koffie in de Berchtesgadener Alpen en voelt je even de Bergwandelaar (1818) uit het beroemde schilderij van DE schilder die de Duitse Romantiek definieerde: Caspar David Friedrich.

Waar Hari-Wotan wacht om gewekt te worden (Berchtesgaden Nationaal Park)

Als staartje van de Nederlandse Romantiek kun je de Oosterbeekse School zien, voorloper van de Haagse School (Mesdag). Van Gerardus Bilders die de hier geportetteerde Wodanseiken schilderde.

Het teruggrijpen op een voor-christelijk verleden, dat ik bij ondergaande voorjaarszon bij Wolfheze probeerde te vangen:

Je ziet dat teruggrijpen op het voor-christelijke ook terug bij de uiterst rechtse elementen binnen de Lega Nord. Die beroepen zich op afstamming van de Gothische stammen die Noord Italie binnenvielen, de Longo-Barden, dus op een Germaanse oorsprong.

Misschien dat ze daarom als Italiaan-Germaan net als de Duitsers nog steeds zulke strakke auto’s maken als Maserati en Ferrari, en economisch ook de motor van Italië zijn.

Als genen je talenten bepalen, waarom zouden er geen groeps-kenmerken zijn die ook op die manier doorwerken? Als Germaantje de Voorste 🙂

De dorpjes als oases in een groene agro-zee

De Nederlandse Romantiek was vlakker dan die van de Duitsers, net als het landschap. Zoals 1 van de leidende Romantische schilders Barend Cornelis Koekkoek stelde (1841) was ‘eene trotsche en verhevene natuur niet in ons land te vinden.’

Koekkoek ging uiteindelijk vlak over de grens bij Nijmegen wonen, in Kleef.

De emotie en natuurbeleving/studie stond wel centraal, maar het was allemaal wat intiemer en gemoedelijker. De Volksdichter Tollens die ook ‘Wie Neerlands bloed door ‘d aadren stroomt, van vreemde smetten vrij 🙂 ‘ schreef (volkslied tot 1932), die dichtte meer over de huiselijke sfeer.

De Friese Romantiek, intimiteit als contrast met de kale velden

Juist die intimiteit kun je op weinig plaatsen in de wereld zo mooi treffen als in Friese zeeklei-dorpjes met zadeldakje.

Kop Hals Romp

Als je dan op zoek bent naar een positieve gemene deler onder je bevolking in verzet tegen doorgeslagen Globalisme, dan kan juist zorg voor je landschap een bindende factor zijn. Zoals bewoners-actiegroep Hou Friesland Mooi al liet zien, die bij Pingjum opkwam voor haar landschap.

Waarbij juist de import voorop loopt om dat landschap te beschermen tegen de invasie van de windustrie.

Het dorpje Pingjum verscheen al voor onze jaartelling als terp

Windturbines zijn uitingen van dat Globalisme, dat zichzelf opdringt met ‘Het Klimaat’ als metafoor voor levens-angst. En zo kom je bij de kern van Lokalisme: zeggenschap over je eigen omgeving.

Wanneer je bestuurlijke elite burgers zomaar windturbines door het keelgat schuift zonder enige werkelijke mogelijkheid tot inspraak.

Of wanneer zij een Waddendictatuur instelt, waar belangenclubs financieel profiteren van het beleid dat ze zelf opstellen, voorgetrokken door die overheid.

Dan is een bevolking niet geestes-ziek of ‘racist’ wanneer zij zich van die elite afwendt. Wat onze leugenfabriek der journalistiek ‘populisten’ noemt in haar afkeer tegen ‘het volk’: politici die naar het volk luisteren (…) in plaats van dat te minachten… Daar zijn we hier zo bang niet voor.

Zicht op Pastorie-woning Longerhouw. Friese Romantiek is intimiteit, dood en leven innig verweven in 1 dorpskern

Wat zich nu ‘rechts’ noemt, is hooguit nog teveel een NEE-beweging, zoals A-theisme ook enkel tegen God is. Met dat Nee-sentiment als motivatie schrijf je geen Mattheus Passion, schilder je geen Bergwandelaar of een Ruisdael-landschap, iets dat cultuurdragend kan zijn.

Maar vanuit meer oog voor je landschap en historie kun je wel cultuur maken, en van conservatief een Ja-beweging maken. Vanuit ‘liefde voor het eigene’ en niet ‘angst voor het onbekende’.

Kop Hals Romp aan het water: hoe romantisch en intiem wil je?

De PVV’ers die ik ken, zijn overigens allen prima lui die voor hun lieve landje willen opkomen. Dat is nodig, in een tijd van cultuur-verwaarlozing waarin Mohammed de meest geregistreerde baby-naam in het Randstedelijke is. Waarbij een Heerenveense wethouder landelijke pers haalt met zijn oproep tot verplicht Moskee-bezoek voor je kinderen.

En waarbij jeugd door beroerd kennis-onderwijs niets meer weet. Ze onderscheiden nog geen mus van een kievit, kunnen Wenen op een kaart van Europa nog niet aanwijzen en weten niets van de eigen Nederlandse literatuur-geschiedenis. De grootste bedreiging voor onze cultuur en dus het cultuur-landschap, is dat straks niemand nog iets weet van vroegere cultuurdragers.

En als je niet weet waar je het moet zoeken, dan zie je ‘het’ niet, en kun je ook niets vinden. Zoals je het Friese zeekleiland ook minder waardeert,  wanneer je niets weet van de ontstaans-geschiedenis. Het bijzondere valt op wanneer je weet waar je moet kijken.

Het Boerdisme aan de Slachtedijk

Terwijl Nederlanders die zich spiritueel willen etaleren, dan met zo’n Intratuin-Boeddha op de stoep komen aanzetten. Zo’n navel-starende en ambitie-loze Oosterling. Wat je in Friesland Boerda, en het Boerdisme zou noemen.

Wat is er dan mis met onze eigen heiligen, met Jezus in je tuin of Maria? De Westerse traditie was minstens zo spiritueel, maar tegelijk ook ‘ga eens wat doen met je leven’. Ora et Labora, bid en werk. Je moet ook wat met je talenten doen, iets van je leven maken, zoals het Evangelie-verhaal al leerde.

En nog zo’n onding, nu in Hitzum. Voor als je hitsig bent.

In plaats van wat voor je uit staren op je achtvoudige pad richting vergetelheid. Boeddhisme is gewoon nihilisme, er is niets verhevens aan, dat stel kale pedo’s van boven de boomgrens.

Westerse monniken bedelden hun kostje niet bij elkaar, maar gingen gewoon werken voor de kost. Zoals lekker bier brouwen om daarmee de bevolking van haar dorst te verlossen.

Jezus die de Doodscultus van de Milieubeweging overwint: bij mij in de tuin van De Abdij

Bovendien heeft de christelijke traditie aandacht voor het menselijke, het persoonlijke. Je bent geen Maya, een eindeloos reïncarnerend en inwisselbaar niets, maar een ziel, uniek persoon. Daarom, wat mij betreft een Boeddha-beeldenstorm. Gewoon kapotslaan die ondingen.

En je schamen als je zo’n Intratuin-Boeddha hebt als uiting van je geestelijke niets-zeggendheid.

Grutto’s, de wildlife van het zeeklei-land

Ik ken (heel vaag) ook de door de Leugenfabriek der Journalistiek tot halve Nazi verketterde Thierry Baudet. Wat inhoudt dat hij mij ook vaag kent. In Januari gaf ik les op de Winterschool van zijn FvD.

Met zijn term Oikofilie, ‘liefde voor het eigene’ (versus Oikofobie, afkeer van het eigene, gewone) heeft de flamboyante Baudet een goed punt, wat we hier IMBY noemen: In My Back Yard, liefde voor je achtertuin als motor voor natuurbescherming.

In plaats van de wilderkitsch van de subsidie-ecologie, die de natuur losweekt van haar culturele inbedding en ontstaans-geschiedenis. Mensen die pretenderen de natuur achter een bureau te sturen, als ze eenmaal volmaakte kennis van ‘het systeem’ bezitten.

Er is ook een gids, 419 keer Friesland met alle dorpjes en stadjes. Zo ontdek je nog eens wat van je eigen omgeving

Lokalisme, worteling in historie werkt als reactie op de ontworteling van het Globalisme en haar waarden-loosheid, het nihilisme, zielloosheid, die zich ook uit in bouwkunde en de indeling van steden.

Industriehallen- precies op terugverdientijd berekend- plompverloren in het landschap gedumpt, blokkendozen van intensieve mensenhouderijen, waar niemand gelukkig woont. Maar ook de Systeem-Ecologie en haar wilder-kitsch die leidt tot geflopte experimenten als Oostvaarders-plassen en de Kadaver-discipline van Frans Vera.

Natuur die van cultuur is ontdaan, van historie, volgens het motto van Mefistoles in de Faust van de Duitse Romantische schrijver Goethe:

Ik ben de geest die steeds ontkent
En dat met recht: want alles wat ontstaat,
Is waard dat het te gronde gaat,
’t Waar beter dus, dat niets ontstonde

…met kerk en kerkhof midden in het dorp, in plaats van op een industrieterrein buiten de gemeenschap

Het enige mooie aan Lelystad en Almere, Zoetermeer of Amstelveen wat mij betreft, dat is het groen rond die rationeel ontworpen plaatsen. Daarom wonen mensen er, je kunt er snel uit.

Dan zijn het steden, die groeiden of werden gebouwd nadat Nietschze God dood verklaarde.

Een zelfde zie je overigens bij die agro-woestijnen zonder relief, van megastal-boeren die tegen een Rabo-hypotheek en lastenverzwaringen opwerken.

Geen schoonheidsprijs, op de achtergrond Cornwerd

Het secularisme ontmenselijkt mensen, omdat ze met haar reductionisme niet de totale mens en zijn omgeving als geheel wil zien. Ze isoleert losse stukjes die het kan behappen, elimineert datgene wat niet meetbaar is als ‘de ziel’. Maar wat mensen niettemin automatisch opmerken.

Zo krijg je dan ook geen scholen meer maar leerfabrieken, geen woonwijken maar legbatterijen voor belastingvee, geen weilanden maar agro-productiesteppes. De geestloze visie van het Atheisme en Secularisme in steen gebeiteld in stedenbouw.

Zie in dat verband dit interview met theoloog en historicus Steven Turley, over het verband tussen religie, secularisme en de beleving van ‘plaats’.

Het landschap, de plaats, drukt de waarden en cultuur uit van een bevolking, of juist het gebrek daaraan..

Gifgroen raaigrasland zonder 1 bloempje dat de kop op mag steken ademt Waarden-loosheid. Van agro-industrie waar tijd geld is. Een ecologie, die de mens als plaag-insect ziet en haar uit het landschap wil elimineren, of anders tenminste kleineren.

Die ademt Atheïsme en nihilisme.

Het Zadeldakje van Longerhouw, hoe Romantisch wil je?

Zie dan als contrast de Friese dorpjes die volgens het Middeleeuwse wereldbeeld met een God-gecentreerd universum werden gebouwd.

…even bij de buren kijken…Iens

Eerst de kerk op een terp, de dodenakker er omheen, en direct naast de doden wonen ook de levenden. In plaats van dat de Dood naar een industrie-terrein is verbannen, waar de levenlozen productiematig gecremeerd worden.

Het gapende gat in de grond bij kerkje Schraard, pardoes bij de begrafenis terecht

Zo kwam ik dan per ongeluk bij bezoek aan het kerkje van Schraard pardoes midden in een begrafenis terecht. Het gapende gat met touwen waar de kist in moest, het grijnsde je tegemoet. En de rouwenden zongen Johannes de Heer 252: ‘tel uw zegeningen, keer op keer.’

Tel uw zegeningen keer op keeeer….

Dat liedje bleef de rest van de dag in het hoofd zitten. En het kreeg een extra lading, na de ontmoeting met een vrouw – iets ouder dan ik- die net haar geliefde was verloren na 12 jaar in Longerhouw te wonen. Het zeeklei-dorpje achter Schraard.

Ze hadden samen een bedrijf in Air-conditioning. Haar vriend kreeg kanker, ze verkochten het bedrijf en maakten van de laatste jaren samen wat ze konden. Na zijn dood ging ze in de zorg werken.

Even verderop in het dorpje Longerhouw ontmoet je een man die de geboorte van zijn kleinkind viert.

Hoera, Boy is geboren, wel jammer wanneer je kinderen je kleinkind ‘Boy’ noemen

Terwijl 100 meter verderop de gebroken aarde van een pas begravene is te vinden, bij een schilderachtig zadeldak-torentje.

Bijpassend grafschrift. Een mens te zijn op aarde, is leven van de wind

Hoe Romantisch wil je het hebben, die vermenging van intens prive-geluk met de eeuwigheid, nieuw leven en de sterfelijkheid op een paar hectare samen.

3 Replies to “Het Friese Zeeklei-landschap, Romantiek voor Gevorderden”

  1. @Rypke; wellicht heb je dit boek al eens gelezen,maar anders is ” Het landschap van de Friese klei 800 – 1800 ” van Philippus Breuker een aanrader.
    Behalve de beschrijving van de geschiedenis ervan,staan er ook veel oude prenten en schilderijen uit de 17e,18e en 19e eeuw in van States,landschappen,dorpen,enz. van de Friese klei in.

Laat een reactie achter aan Kim Winkelaar Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *