Hoeveel Nederlanders hebben ‘Veen’ in de naam?

Veenpluis, een betere naam zou ‘Moeraskatoen’ zijn

Of je nu ‘Van der Veen’ heet, Van de Ven, Venema of Veenstra, je woont in Klazienaveen, zit je straf uit in Veenhuizen of fietst over de Veenweg, half Nederland ademt nog dat restant van verzopen waterplanten, het waterbed waarop het welvarende deel van Nederland werd gebouwd.

De Atlas van het Holoceen (2017) met de geologische kaarten van Peter Vos (Deltares), een landkaart en wat reislust laten zien wat er aan turf was, gewonnen werd en wat aan plassen ontstond die nu ‘kwetsbare natuur’ heten. Eigenlijk zou daar ‘Kwetsbaar Industriegebied’ bij moeten staan, die restanten van de Biobased Economy van de Gouden Eeuw, de energie die opkomende steden vanaf de 11de eeuw moest voeden.

Doordat de kleinschalige turfboertjes dit arme bestaan en land verlieten, is er nu subsidie voor ‘natuurherstel’ nodig, om voor de lol na te doen wat die boertjes deden: roofbouw plegen.

Veenhuis

Nederland werd uit Menselijke Nood geboren, en uit reparaties om schade door die nood te compenseren. Pas wanneer een stukje grond echt onbewerkelijk blijkt, ook na droogmakerijen en kunstmestbehandeling, dan zetten we er een bordje ‘kwetsbaar natuurgebied’ bij. Maar van de rest, inclusief de moerassen probeerden Nederlanders met bloed, zweet en tranen wat te maken.

Na bezoek aan het Groene Hart bij Nieuwkoop, en onderzoek naar zin/onzin rond bodemdaling door veenoxidatie, krijg je zo belangstelling voor ‘het veen’. Er is nog zoveel dat al lang bestaat, maar waarvan je niet op de hoogte was. Daarom verspilt Interessante Tijden ook geen tijd aan ‘het nieuws’, het linkse gehijg van ‘journalisten’ dat voor ‘actualiteit’ door moet gaan. Meestal politiek gedram. ‘Nieuws’ is hier ‘wat je eerder nog niet wist of zo gezien had’.

Zompig veen…

Dat veen is ook hier in Friesland niet ver weg, zoals de naam ‘Heerenveen’ al doet vermoeden.

Nederland zou beter Veenland hebben geheten, want zie de Atlas van het Holoceen (2017 Prometheus), waar de geologische kaarten van de ondergrond in staan door de tijd van 9000 jaar voor Jezus tot nu. Een dik pakket van Noord via West tot Zuid bedekte Nederland tussen de strandwallen, duinen en de zandgronden met heuvels waar riviertjes afstroomden.

Met name zo rond 3750 voor Jezus op Aarde kwam, toen kwam de veenvorming goed op stoom. Terwijl de ontginning van dat veen rond het jaar 1000 op gang kwam, met de bouw van de eerste steden en hun groeiende energiebehoefte.

Zodat we nu op restantjes leven. En dankzij de komst van kunstmest rond 1900, konden ook die laatste marginale landjes van veenboertjes nog tot iets gemaakt worden dat op serieuze landbouw leek.

Scherpenzeel, een bestaan uit het veen persen: kerkje stamt uit 1869

Overal waar meer neerslag en water blijft hangen dan er verdampt, daar kan het veen ontstaan. Riviervalleien, en dalen onderaan een zandrug waar kwelwater uitstroomt, zoals hier in Friesland bij de Rottige Meenthe, die weer op de Wieden en Weerribben aansluit.

Zo werd ook het Naardermeer een meer omringd met moeras dat nauwelijks viel droog te leggen, dankzij kwelwater uit het Gooi.

Hoe persten mensen hier voor de komst van fossiele brandstof en kunstmest een armetierig bestaan uit dit bed van waterplanten, in moerassen van de malariamug Anopheles atroparvus vergeven. Een muskiet die de Vivax-malariaparasiet bij zich droeg, zodat je Poldermalaria opliep, ‘Moerascoortsen’ genoemd. Vooral actief, wanneer na overstroming door de Zuiderzee na dijkdoorbraken allerlei brakwaterpoelen achterbleven.

Blankenham, met voor de kerk een kolkgat van dijkdoorbraken

En doorbreken deden ze nog al eens hier, die dijken van enkele meters hoog. Dan kreeg je zo’n’ Wiel achter de dijk, een meertje in een kolkgat waar het zeewater in kolkte, zoals hier aan de Zuiderzeedijk bij Blankenham.

Veendijk kruist Otterweg

Je rijdt door dit gebied achter Lemmer over de kruising van de Veendijk en de Otterweg richting het Tjonger/Lendedal… En ziet een boerderij die “Nieuw Leven’ heet, landbouwgrond op het moeras veroverd.

Tussen de strakke landbouwpercelen, waait het veenpluis je daar al tegemoet in een veenrestantje, dat nu natuurgebiedje ligt te zijn aan de Grietendijk. Griet betekent zand of grind, dus zal dit een zanddijk zijn die in het veen werd opgeworpen. Een naam als De Kampen klinkt ook als een vorm van strijd tegen de natuur, om haar tot een voor mensen leefbaar gebied te maken.

De Kampen

Leefbaar Nederland, de partijnaam voor een land dat geologisch en ecologisch eigenlijk onleefbaar is voor normale mensen. Je kunt er verzuipen, wegzakken, onderlopen, wegwaaien, veenlijk worden. En toch wonen er mensen, en niet zo’n klein beetje ook. Die Grietendijk ligt rond de Polder Lemsterhop, een droogmakerij met meer klei dan moeras, dus voor de landbouw gewonnen. Kleigrond is vruchtbaar, het veen wil je liever van af.

Alleen door het lezen van naambordjes bedrijf je zo al een vorm van visuele archeologie.

Want je leest wat er ooit was, leefde of nog in de ondergrond moet zitten. Zoals je aan de woensdag geportretteerde Tjonger bij Langelille ook nog de ‘Otterpolle’ hebt, dat visvretende plaagdier dat nu vooral als Roadpizza bekend is. Tot in de jaren ’40 vorige eeuw stond de otter wettelijk als ‘schadelijk gedierte’ omschreven. Maar otters werden in deze omgeving, grenzend aan Wieden en Weerribben eind jaren ’80 opnieuw uitgezet.

Tormentil, althans, daar lijkt het sterk op

Veenmoskussen, het begin van turfvorming en latere bruinkool

Dit stukje moeras heet dus ‘De Kampen’ in de Anus van Friesland, het ligt op dijkhoogte op 0,2 NAP terwijl de landbouwgrond daar achter bij ‘De Kooi’ wel 2 meter later ligt, dus onder zeeniveau. Nu is dit een officieel natuurgebied, en dus moet het intensief onderhouden worden. Anders zouden plantjes als de tormentil verdwijnen, waardplant van de aardbeivlinder en ook dat veenpluis, ons moeraskatoen zou de kop niet meer opsteken.

Dat Moeraskatoen schijnt ooit gebruikt te zijn als sokjes voor de olielamp.

Alles zou zonder het maaien van riet verlanden: want dat is wat veenvorming eigenlijk is. Planten die van water een stukje land helpen maken. Inpolderen is niet aan mensen voorbehouden, het is een natuurlijk proces.

Veenpluis en gele lis

Riet maaien bij Kooiplaats

Zoals je ook ‘rietveen’ hebt, riet dat afsterft onder water en dan een beetje losjes bodem gaat liggen zijn. Daarop vestigen zich dan wilgen, berken, vervolgens komen de eikjes en lindes en voor je het weet is alles dan (moeras)bos. Met op de natste delen dan de ‘Dutch Swamp’, Elzenbroekbos, de nationale variant op het cypressenwoud dat je in het veengebied van Louisiana en de Mississipidelta vindt.

Het Waterschap pastte nu de hele waterhuishouding aan om dit landje natter te houden dan de anderhalve meter lager liggende landbouwpolder, die ze voor de boeren dan juist weer droog houden.

De natuur natter houden dan de landbouw, op de achtergrond de boerderij ‘Nieuw Leven’

Het was duidelijk broedseizoen, de blauwborst maakte met paniekerig gepiep duidelijk dat we wel eens in de buurt van zijn nestje zouden komen. Al zou mevrouw beter ‘bruinborstje’ kunnen heten. Verder hoorde je het hoempen van de roerdomp, een bruine reiger die zich bijna nooit laat zien. Tenzij terrier Trudy ‘m ruikt en opschrikt.

Blauwborst

Je hoort er de roerdomp hoempen. Deze werd opgeschrikt door Trudy

Baardmannetje, de Hollandse rietparkiet zou een betere naam zijn…Dit is het mannetje

En dan zie je hier dus, dat het maaiveld op wel 2 meter beneden NAP ligt, terwijl het Waterschap het slootwaterpeil nog een metertje lager houdt. Zet de gemalen uit in Nederland, en het land is als een patiënt aan de intensive care waarvan je de beademing stopt. In mum van tijd weer 1 groot moeras.

Het Waterschap spant zich in om voor ieder stukje land ’t juiste peil te hanteren

Je ziet de kiekendief hier met nestmateriaal rondzweven, met daarachter de Kooiplaats, waar de moerasbewoneres met een eendenkooi via de vangst van verse eend een bestaan uit ’t veen persten.

Kiekendief stuntelt met nestmateriaal

Daarachter liggen dan weer plaatsjes waar vrijwel nooit iemand echt geweest is als Bantega. Daar woonden deze vogelverschrikkers, in de Veenpolder van Echten waar Bantega in ligt.

Vogelverschrikkers van Bantega

Hoeveel land in Nederland uit ’t moeras getrokken is, al die mannetjes gewapend met slechts een schepje en een baggerbeugel. En dan graven en wroeten maar, de hele dag zonder Facebook-likes, thuis een blèrend kind of 10 die bijna van de honger omkomen en een boze vrouw in een plaggenhut. Tot 1900 of zelfs later kwam dat nog voor.

Hoe recent is onze welvaart voor bijna allen…Hoe kwetsbaar misschien ook wel, want waarvan leven we eigenlijk als Nederland?

Richting de Zeedijk bij Schoterzijl

Dat die turfstekers eerst een veendijk uit dat moeras opwierpen vanuit plaggen. En op dat waterbed gingen wonen. Vervolgens gingen ze dan dwars op een veenriviertje een sloot graven ter ontwatering. En dan maar plaggen, al die turf winnen, biomassa voor de biobased economy van steden in de buurt, hier dan Steenwijk, Zwolle en de Elf Steden van Friesland natuurlijk.

Die uitgestoken veenplaggen legden ze dan te drogen op legakkers, die ze in Overrijssel ‘ribben’ noemen. En daarnaar zijn de Weerribben weer vernoemd, het moeras-metplassengebied dat vlak tegen de Rottige Meenthe hier aanligt.

Drie Turven, vernoemd naar het veen bij Munnekeburen aan de Rottige Meent

Die kavels kun je bij ons nog goed waarnemen in de Rottige Meenthe.  Je kunt precies zien hoe ze die sloten groeven tot ver in de vorige eeuw, om zo het veen te ontwateren. Je ziet zo de legakkers liggen, ‘ribben’ dus…

De ontwateringssloten

OP het plattegrondje zie je hoe die sloten dwars op de Linde staan, met nu de weg van Wolvega naar Kuinre er dwars doorheen:

En hier van een andere hoek af bezien

Wanneer je maar lang genoeg doorgraaft, al dat veen weghaalt tussen de ‘ribben’ van land, legakkers waarop je de turf droogde. Dan ontstaan van zelf veenplassen. Worden die veenplassen groter, dat de wind er vrij spel krijgt, dan kan bij een storm steeds meer veen afslaan. Uiteindelijk krijg je dan zulke grote plassen als de Beulake in de Wieden. Maar eigenlijk zijn alle plassen in Nederland dus zo ontstaan:

Hier kan het best aardig spoken, de Wieden, Beulake

Daar kan het zo hard waaien en stormen, dat de ‘ribben’ waarnaar de Weerribben vernoemd zijn ook afspoelden. Zo door een uitgegraven veenpoel die plasje werd, om grote plas te worden, zo ontstond ook de Haarlemmermeer. Die kreeg de bijnaam Waterwolf, hongerend naar nieuw land om te verzwelgen.

Bij harde wind vrat het water de veenoevers weg, zodat Amsterdam bedreigd werd. Dat werd de grootste droogmakerij ooit, die pas in 1852 slaagde dankzij de komst van Stoomgemalen.

Maar eigenlijk is de Zuiderzee ook zo ontstaan, door veenafslag na storm. Uit alle rivieren die midden in Nederland uitmondden, van de Tjonger en Linde tot de Overijsselse Vecht, daaruit ontstond het Aelmere. Dat Aelmere vrat bij storm steeds verder om zich heen. Tel daarbij de Allerheiligenvloed van 1170 toen het Marsdiep ontstond, het eiland Texel losgerukt van het vasteland, veenpakketten die door de zee wegsloegen.

En zo hielp ook de zee bij het wegspoelen van wel 2 meter dikke veenpakketten die lagen, waar nu het Balgzand is (vlakbij Den Helder).

En dan zo rond 1200 kreeg de Zuiderzee zo de vorm, die het tot ongeveer 1932 zou houden. Rond het jaar 1500 was de kustlijn-lengte maximaal, wel 2600 kilometer. (nu nog 880km) Laag Nederland, het is geologisch gezien nog maar een recent fenomeen, iets van de laatste 500-1000 jaar en een deels menselijke creatie. We lagen voor de veenontginningen eerder meters hoger (zie ook de bijgesloten figuur hier onder in dit verhaal)

Ook het hier geportretteerde Schokland lag op een veenrestant, dat uiteindelijk zover wegspoelde dat de Schokkers het in de 19de eeuw moesten verlaten.

Dus je hebt wat menselijke ontginning nodig voor stedelingen die hun energiehonger moeten stillen, zo maak je dan veenplassen: dat je net iets te gretig al dat turf weghaalt. Die veenplassen worden dan meertjes. En de wind maakt er grote meren van, doordat golfslag bij storm de kanten afvreet….

Zo ontstonden de kwetsbare industriegebieden voor bioenergie die nu ‘natuurgebied’ heten als Rottige Meenthe, Wieden en Weerribben, Nieuwkoopse Plassen: historische relicten van menselijke roofbouw. Best mooi toch?

De Wieden/Weerribben

…geef de elementen lang genoeg vrij spel, en wat ooit eens een bos was of moeras, het is een meer geworden waarop het nog behoorlijk kan spoken.

De Beulsakker, het kan er best spoken

…en waarop je zelfs bootjes van Natuurmonumenten kunt tegenkomen, met de zojuist vermelde blauwborst als boegbeeld op het dak gestald.

Vaarexcursies over voormalig industriegebied de Weerribben/Wieden

De naam Blokzijl stamt van de door de Oranje-familie in 1578 gebouwde ‘schans’, een verdedigingswerk aan de Zuiderzee in de strijd tegen de Spaansgezinde katholieken. Daar waren we toevallig vorige week om Trudy een survival-cocktail van de dierenarts te geven. Het ligt ook tegen de Weerribben aan.

Blokzijl is nu een ingeslapen toerismestadje, bewoond openluchtmuseum. Met alleen nog een COOP als middenstand over en een sterrenrestaurant voor de voorbijfietsers. Het tragische lot van de meeste plattelandsgemeentes anno nu die hun economische dragers verliezen. Met de afsluiting van de Zuiderzee, verloor het zijn positie als ‘zijl’, sluis met doorvoerhaven naar het Overijsselse achterland.

Haal de visserij weg als economische drager, laat de jeugd wegtrekken en je houdt wat rollators over en elektrofietsers, die op mooi-weerdagen nog de horeca vullen.

Blokzijl, pitoresk maar ingeslapen zonder middenstand

..en zo vang je dan een glimp op van het Oude Holland, het deel met geschreven geschiedenis dat zo in afgelopen 800 jaar vormde. Sommige veendorpen ontwikkelen zich dan tot het Hollandse Venetie, een trekpleister voor Chinezen als Giethoorn. Aan kanaaltjes in het moeras verzonken:

Giethoorn, Chinezentrekpleister

Of neem nabijgelegen plaatsjes als Muggenbeet, die je al een gevoel geven hoe het leven moest zijn in zo’n malariamoeras:

Muggenbeet, de naam zou al in de 14de eeuw als ‘Muggenbethe’ op duiken. Is ‘biodiversiteit herstellen’ ook ‘meer steekmuggen?’

De aanval op het veen vanaf 1000 ingezet
Pas na het jaar 1100 was het klimaat gunstig voor bevolkingsgroei en betere oogsten, dankzij de Middeleeuwse Warme periode. Ook hielden de aanvallen van de Noormannen op, wat handig is wanneer je permanente nederzettingen bouwt, dat die niet steeds in vlammen opgaan.

In het Noorden leiden kloosterorden de ontginning van het veen, ze vormden de centrale organisatie waarmee toen ook de bedijking begon. Pas in de 13de eeuw ontstonden de meeste van onze grote steden, zoals Rotjeknor (1257) bij een dam aan de Rotte, Amsterdam aan een dam in de Amstel.

En Delft aan een gedolven vaart. Groeit de welvaart, dan is daar ook energie voor nodig en omgekeerd. Om Welvaart mogelijk te maken, heb je relatief gemakkelijk winbare – lees goedkope- energie nodig.

Zo komt vervolgens die grootschalige ontvening op gang, van het veen dat de hele Noord- en Westzijde bedekte. Deze grafiek uit ‘Dijken van Nederland’ (2014) samengesteld op basis van de geologische kaarten van Peter de Vos die in de Atlas van het Holoceen zijn opgenomen, wat is die veelzeggend.

Veelzeggend, de daling van het land door veenontginning

Je kunt aan de bodemdaling door veenoxidatie en ontginning zien, wanneer mensen massaal met de veenontginning begonnen. Hoe steiler de rode lijn naar beneden, hoe intensiever de veenwinning. Met dus de absolute piek van ontginning van af het jaar 1000-1200. En het hoogepunt rond 1500-1700. Hoe intensiever de Hollanders het veen afgroeven, hoe welvarender het land was: want aan die afgraving kun je de energiebehoefte van steden lezen en brandstof en voedsel (landbouwgrond).

Voor welvaart heb je veel energie nodig. Zie hier ook nog de prachtige kaarten van de Atlas van het Holoceen (Prometheus 2017) die Peter de Vos samenstelde van Deltares. Bruin is het veen, dat in het jaar 500 voor Jezus zijn maximale oppervlak leek te krijgen, nadat zo rond 3850 voor Jezus de veenvorming goed op gang kwam.

Alle polders zijn weer droogmakerijen van die veenplassen, waar alle veen tot de kleilaag was uitgestoken. Die droogmakerijen- zoals de Beemster (1612)- waren gewoon ondernemingen, waarvan de investeerders met landbouwopbrengsten van die vruchtbare kleigrond de investering hoopten terug te verdienen.

De Atlas van het Holoceen (2017 Prometheus), bruin is het veen

Je kunt reizend door je eigen landschap, met wat kennis, historische kaarten en de Atlas van het Holoceen dus al zien: die luxe en welvaart van dit moment, hoe kortstondig die nog maar regeren. Dat je ’s ochtends verse croissantjes haalt, daar oude kaas met ham opdoet, en wat flierefluitend door je dorp meandert. Om vervolgens achter de schrijfmachine plaats te nemen

Nadat je de dag ervoor in een restaurant dineerde met een broeder in het goede, die je een turf (veen)gestookte Islay-Whisky kado doet. Als teken van goede smaak. Bezoek de Rottige Meent maar, en zie hoe nog slechts een eeuw geleden of korter mensen hier een moeizaam bestaan uit het veen persten.

Spanga, een moeizaam bestaan uit het moeras, wie te weinig geld voor een kerkje had bouwde een klokkenstoel

Spanga, Ooievaars

Ooievaars

Aan de Veendijk, Ooievaar als vruchtbaarheidssymbool

Stukje ‘Goudkust bij Spanga

De Linde, die de Rottige Meent begrenst

..dus dan verbaast het ook niet, dat er door de Rottige Meenthe een ‘Burgermeester Van der Veen-weg loopt richting Ossenzijl, het plaatsje dat direct aan de Weerribben ligt.

En ja hoor, Burgemeester Van der Veen-weg

Al even grappig, je bent hier in de diepste jungle denkbaar in Nederland, de vogeltjes zingen, het zonnetje schijnt. Als je hier nu ERGENS nu niet aan hoeft te denken, dan is dat wel ‘De Islam’. Toch vind je deze sticker van ‘Identitair Verzet’:

Jij tolereert Islam, tolereert Islam jou ook

We citeren de gedachtenspinsels van een seculier-liberale Tokkie, die bang is voor het moslim-geloof als symptoom van geestesarmoe:

Jij Tolereert Islam, tolereert Islam jou ook?

In modern Nederland is gekte nooit ver weg. Al die ‘gratis’ geleende welvaart, dat wreekt zich op een gegeven moment. Ook adverteert Staatsbosbeheer dat ze bij de Rottige Meent geslaagd zijn nieuwe subsidies binnen te trekken. Geld voor het doen alsof je een turfboer bent, die de legakkers in precies de goede conditie houdt voor dat ene vlindertje.

We citeren opnieuw:

‘Hier Werkt Staatsbosbeheer aan plaggen tbv herstel- EN kwaliteitsverbetering jonge laagveenverlangingen.

Geld voor moerasherstel

Die voormalige industriegebieden voor de winning van bio-energie, het zijn nu allemaal ‘kwetsbare industriegebieden’ met een eigen Natura 2000-code in Brussel bekend. Zo heten de 2 weken terug beschreven Nieuwkoopse Plassen eigenlijk SPA NL9801063 en SCI NL3000036

De Rottige Meenthe luistert achter een bureau ergens in Brussel naar de naam SCI NL9803006.

Dat project New Life for Dutch Fens met Natuurmonumenten als penvoerder kreeg 4 miljoen euro LIFE+-subsidie, kostte een slordige 13 miljoen euro en werd op 31 december 2018 afgerond. Toen was de subsidie op. Rest nog de vraag: hoe kun je nu een ‘kwaliteit’ verbeteren van een jonge laagveenverlanding? We citeren nu het projectplan, dat wil tegengaan wat de natuur van nature doet, door bos te kappen en dichtgegroeide greppels te graven

The measures aim to reduce the area of older succession stages and increase the area of young succession stages. The project expects direct restoration and improvement of quality in the short-to-medium term as well as enlargement of the target habitats.

Lindedijk

En hoe doen ze dat? Door met subsidie en machines voor de lol te imiteren, wat die door malaria opgezwollen veenboertjes iedere dag met frisse tegenzin deden. Die konden opgelucht dit armoedige land en bestaan verlaten, dus nu nemen Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten de volgende activiteiten op zich. We citeren het projectplan ‘New Life for Dutch Fens’:

The main actions to be carried out include:

  • Sod-cutting 
  • Digging ditches
  • Removal of topsoil of land formerly used for agriculture to create Molinia meadows;
  • Digging new peat holes;
  • Dredging eutrophic peat lakes
  • Creating new marshes

 

Met kunstmest op het moeras bevochten

Enneh, Tolereert de Islam jou ook? Ja, dan loop je toch een beetje beduusd verder na zo’n landschaps-ecologische tijdreis… 🙂

Rechtse Hippie

  • Iets opgestoken, of dacht je ‘Dat kon slechter’…. Voeg je bij de incidentele en/of regelmatige donateurs van Interessante Tijden met een duit in het digizakje voor bier (10 eu) boeken (25 eu) en benzine (100 eu). Dat kan via Stichting MW&BIBAN NL04INGB 0005526038 ovv Rechtse Hippie.
    Je bijdrage gebruik ik bijvoorbeeld om de bibliotheek van De Abdij uit te breiden, het Centrum voor Natuurlijke Historie en de Menselijke Natuur in Langweer. En die literatuur kun je dan weer in verhalen terugzien en/of als aanleiding voor een nieuwe expeditie

3 Replies to “Hoeveel Nederlanders hebben ‘Veen’ in de naam?”

  1. Hoe geweldig is dit… vorige week interessante verhalen over de veengrond in het Groene Hart waar ik inmiddels al meer dan 20 jaar woon. En nu over de veengrond waar ik opgroeide…
    En de volgende keer als je in de buurt bent gewoon hier een bakkie komen doen op de boerderij. Vlakbij die beruchte VEENdijk in Wilnis. Die heb ik nog gemist in je verhaal 😉 Evenals de circelvormige turfwinning van De Ronde VENEN (vandaar de naam). En het stadsafval wat de turfschippers mee terugnamen uit Amsterdam. Als toemaakdek (bemesting) gebruikt voor de VEENweiden. Ach er is zoveel interessants over VEEN te vertellen.
    Dank je wel.

  2. Kan het niet laten om een kleine aanvulling te geven:
    De Beulake (zonder s) ofwel Beulakerwiede ontstond door twee stormvloeden waarbij het dorp Beulake verdronk. De legende gaat dat als het stormt dat je de klokken van de kerk van Beulake nog kunt horen luiden. Ze schijnen nog op de bodem van het meer te liggen.
    Verder is Blokzijl beslist geen dorpje maar een stadje met stadsrechten. En daar zijn de inwoners nog altijd zeer trots op.
    Waar Vollenhove vooral een vissersdorp was, is Blokzijl vooral een handelsstadje geweest. Te zien aan de grachtenpanden die handelslieden lieten bouwen al ware het Amsterdam.

    En wat een familiegeschiedenis komt er ineens voorbij… de klokkenstoel van Spanga. Geschonken door mijn bet bet overgrootvader (Peter Wubben geb.1745).
    Blokzijl, Blankenham, Langelille, de Lindedijk, Spanga, Scherpenzeel, Lemmer, Echten, de Tjonger. Het lijkt wel of je zit te wroeten in mijn stamboom haha.
    Geweldig dit.

    1. Ha Wil, dank voor je correcties en aanvullingen. Ik vond de naam ‘Beulsakker’ wel tot de verbeelding spreken, zo had ik ‘m van de schipper opgevangen, of zo ging hij voor me leven

Laat een reactie achter op W. Peek Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *