Dr. Livingstone op expeditie naar bron Friese Linde

Een truttig kanaaltje in een pre-fab sociale huur-wijk, zo oogt de Linde bij de laatste 100 meter van haar bestaan als monding in Kuinre

Op een stoffige en hete zomerdag zochten we met een detailkaart uit de Friese Bosatlas naar de bron van 1 van de twee ‘grote’ Friese rivieren, De Linde, Lende in het Fries. Het traject tussen ‘Neuke’ onder het viaduct bij Wolvega tot HIV/Aids bij de gefrustreerde monding in Kuinre verbeeldden we donderdag al.

Nu reizen we door de Saksische binnenlanden van Friesland om tussen Frankrijk en Egypte de oerbron van de Linde te vinden. Bij de zoektocht stuit je als Fries sprekende meteen op taalproblemen, omdat Staatsbosbeheer de informatieborden in 2003 in het Nedersaksisch dialect vertaalde dat in ‘De Stellingwerven’ gesproken wordt: “Ie Stoan hiere”. 

De Isel bron, oorsprong in de Obertauern

Dr Livingstone in Friesland
Op expeditie naar de oorsprong van rivieren, dan denk je aan ‘Heart of Darkness’ van Joseph Conrad, de reis over de Congo-rivier door de jungle. Daarop baseerde Francis Ford Coppola weer zijn onheilspellende film Apocalypse Now.

Aan de bovenloop van de rivier vind je dan een krankzinnig geworden psychopaat, Marlon Brando, die een stam inboorlingen als huurlingenleger inzet voor moordpartijen. Dus, waarom niet bij de Linde haar oerbron vlakbij Nijeberkoop in Ooststellingwerf, diep in de Saksische binnenlanden van Friesland?

Wat voor stamhoofd kun je daar vinden, danwel geheim over je diepste wezen, inspiratiebron voor duistere literatuur?

Die kruising met 2 boerderijen bij ‘Frankrijk’ en de ‘Koedijk’, daar zie je de Linde doodlopen

Volgens de Bosatlas van Fryslan ligt de oerbron van de Linde bij Tronde. Dat zal U weinig zeggen. Dat ligt bij Elsloo. Nog niet. Nou, dat ligt vlakbij Nijeberkoop, maar voor het zover is zullen we ook nog in ‘Zandhuizen’ verzeild raken. Daar dus!

Bij Frankrijk houdt het blauwe streepje op de kaart op, dat nog Linde heten mag. Vervolgens zie je een Koedijk lopen langs het traject van de Oer-Linde tot ook die dijk bij Tronde ophoudt. En dan ben je bij De Oerbron aangekomen, waar mensen geen Fries spreken maar Saksisch, want de Stellingwerven zijn Buitenland in Friesland.

Afgelopen donderdag verbeelden we al een stukje van die Friese rivier. Vanaf het viaduct bij Wolvega met ‘Neuke’ tot haar wat teleurstellende einde bij Kuinre (Overijssel), onder een duiker waar ‘HIV/Aids’ op stond. Vandaag pakken we het stukje bovenloop vanaf ‘Neuke’ totdat we bij die oerbron in Tronde aankomen.

Freudiaans fotograferen…het startpunt vandaag

De bovenloop van de Linde is de scheidslijn van twee deelgemeentes die samen de Stellingwerven vormen, het Saksisch sprekende deel van Friesland, opgedeeld in Oost en West. De benedenloop van de rivieren loopt door Weststellingwerf, en hier lagen grote veengebieden. De Linde ontspringt in Ooststellingwerf, de zandgrond.

Interessante Tijden is in het gelukkige bezit van de ‘Landbouwatlas van Nederland’ uit 1959, met voorwoord van ‘de Directeur-Generaal Ir. A.W. van der Plassche. Van het ‘Ministerie van Landbouw, Visserij en Voedselvoorziening’.

Toen kende men bij de overheid nog haar prioriteiten, de overheid was er nog enigszins voor het volk in plaats van voor zichzelf en de UBO’s van het grootbedrijf.

In die Atlas zie je dat juist de (vruchtbare) rivierdalen van de Tjonger en Linde – kern van de Stellingwerven- al vroeg in cultuur waren gebracht, voor 1800, dus net als de zeeklei-gebieden. De randen van die gebieden werden pas laat, soms pas begin vorige eeuw voor de landbouw geschikt gemaakt.

De Linde bij Oldeholtpade

Nee, welvaart is allerminst vanzelfsprekend, historisch gezien is het een uitzondering geweest, ook in grote delen van Nederland.

Op de allerarmste zandgronden werd dan maar bos geplant vanaf 1900. Daarbij diende het dennenhout als stuthout voor De Staats Mijnen(DSM) De bewoners van de Stellingwerven leefden van de verkoop van biobrandstoffen, turf, die ze uit het veen afgroeven. Daarop dreef ook de economie van Heerenveen.

Toen alle turf was afgestoken, zo eind 19de eeuw, vervielen velen tot armoe. Dus moest de landbouw maar uitkomst brengen. Zowel de Tjonger als Linde ontspringen in Ooststellingwerf. Dat is de arme zandgrond. Om je daarvan een indruk te geven, hier een plaat van een manege vlakbij ‘Zandhuizen:

Het Saksische zandlandschap, de echte prairie

Eigenlijk ken je de eigen provincie en haar natuurlijke historie nog nauwelijks, en daar kun je zo wat aan doen. Wanneer je de grens niet meer over mag als volk in Quarantaine, dan kun je zo dus witte plekken op de kaart van je eigen geboorteland invullen. Zodat je een plaatje in 4D (Ruimtetijd) krijgt, dat wat we natuurlijke historie noemen.

Als contrast hierboven de oerbron van de Isel in de Obertauern (Oostenrijk). Dat is wat je in verbeelding ziet bij de oerbron van een rivier. We bereiden U alvast voor op de teleurstelling. De oerbron van de Linde ziet er zo uit:

De woeste oorsprong van de Linde, die volgens historisch onderzoek nep blijkt te zijn

Maar zo tussen ‘Neuke’ en ‘De Bron’ vind je nog best mooie stukken. Daar mocht de Linde tot de verbeelding blijven spreken, ondanks kanaliseringen en ruilverkavelingen in afgelopen eeuwen.  De Linde loopt daar parallel aan de ‘Stellingenweg (N351), die je oprijdt vanaf de A32 bij Wolvega.

Waar je wel eens wat nukkig mag spreken over ‘natuurontwikkeling’, kan het wat natuurlijker laten zijn van rivierlopen best tot mooie resultaten leiden. Tussen Wolvega en de Kontermansbrug bij Oldeholtpade is de Lindevallei tot natuurreservaat uitgeroepen, grotendeels in handen van het Friese Landschap (Fryske Gea).

In het winterhalfjaar ziet hij er dan zo uit:

De Linde in het winterhalfjaar, even voorbij het Neuke-viaduct

Bij ‘De Hoeve’ kun je in de zomer van de Linde dan nog zo’n plaat schieten, bloemrijk met kattenstaarten aan de oever:

De Linde bij ‘De Hoeve’

…daar kun je er nog over kanovaren, nadat je bij De Hoeve kano’s huurt. Andermaal, Friesland moet wel 1 van de mooiste provincies zijn:

Bij De Hoeve in de buurt kun je kano’s huren, mooi toch?

De eerste taalschok kregen we als Fries bij deze ‘jongeren’, hieronder op de plaat. Ze spraken geen oer-Fries, maar een stadsdialect dat we ‘Negerlands’ noemen. Hoe dat klinkt?

Spreek de volgende zin eens uit met lispeltoon en een vernegerde gangsta-rap-tongval, zo’n criminaliteit en promiscuïteit verheerlijkende kansenjongere, die met gestolen scooter als strijdros in prachtwijken rondrijdt:

‘Ik zwirtje k’hab die gas gezeg tis g’wo fokking kankah e-arg, heeft die fokking bitsj gewo gezag…

  • dan spreek je onvervalst Negerlands

Het reservaatdeel in handen van It Fryske Gea

Zelfs jongeren in de diepste Friese binnenlanden aan de Lendevallei kun je dus op die ‘fokking lispel‘-slistoon betrappen. Alsof ze een Mocromaffia-imitatie ten beste geven. Ietsje milder dan me al jaren terug in Amsterdam opviel. Maar niettemin herkenbaar.

In  antropologische vaktaal noem je zulke blanke jongeren dan een ‘Omgekeerde Bounty’, naar het chocolaatje met kokosvulling. Wit van buiten, bruin van binnen.

Voor we verder reizen, dienen we daarom nu even een toelichting te geven over de wijze waarop het Friese landschap is ingedeeld, en hoe de taalgebieden zijn ontstaan. Wat de meeste lezers niet wisten, is: je hebt dus ook drie verschillende soorten Friezen, waarbij de Nep-Friezen (niet Fries-sprekend) dus in de Stellingwerven wonen.

Die spreken net als de Groninger Friezen nu Saksisch, door de loop van de natuurlijke historie in afgelopen eeuwen.

Een T-Ford uit 1919 in Zandhuizen

Drie Frieslanden in 1 provincie
Het Friese landschap is opgedeeld in verschillende leefklimaat-zones met eigen geografie en ontstaansgeschiedenis. En daarbinnen vind je ook weer drie taalzones. Het Klei-Fries, van de rijke zeeklei-gronden waar de monniken hun kloosters vestigden. Dat is het ‘oer’-Fries. Hier vind je de prachtige zadeldak-kerken op terpen die iets van de welvaart weerspiegelen.

Zelfs de kleinste dorpen hadden zo’n Middeleeuws ‘fort van God’.

Het Woud-Fries is van later datum, van de Friezen van de armere zandgronden en veenkoloniën als ‘De Veenhoop’ en Heerenveen.Die gebieden waren landbouwkundig gezien armer dan de rijke zeeklei. Die armoe dreef de Friezen daar eind 19de eeuw dan ook tot het Socialisme.

Behalve wat gereformeerde noodgebouwtjes, vind je hier zelden een godshuis dat enige trots of welstand uitstraalt.  Zoals je dat wel vindt op de klei op de terpen bij de van oorsprong katholieke Friese godshuizen, die Zalige Zadeldakken. In de gereformeerde kerken van de vroeg 20ste eeuw op de zandgronden en het veen, daar zitten nu bijvoorbeeld de ateliers in van kunstenaars.

Kunstenaar Martin de Jong laat uw Ziel nu leven als u tot Hem komt en hoort…

Kunstenaar Martin de Jong in De Hoeve laat Uw Ziel Leven als U tot hem komt en hoort!

Die veengebieden lagen achter de zeekleizone enerzijds, met de hoge zandruggen en stuwwallen aan de andere kant. Hier ligt nu ook de zone die ‘Het Lage Midden’ heet, de veengebieden die zeilers kennen van de Friese meren.

Woonplaats Langweer ligt op een ‘weer’, een zandrug op de grens tussen het laagveengebied en de zandgronden die van de ‘Friese Wouden’ naar de stuwwallen lopen van Gaasterland.

En dan, afgescheiden door de Tjonger die onder Heerenveen door loopt richting het Overijsselse Kuinre begint de Saksische taalzone, op zandgrond tussen het hoogveen. De Stellingwerven omvatten ruwweg de loop van de twee grote Friese rivieren, de Tjonger en Linde. Met als grens de stuwwallen bij Steenwijk.

De benedenloop van de Linde vormt de provinciegrens met Overijssel, die zie je hieronder met op de achtergrond de Rottige Meente. Een ‘meent’ was meestal iets als ‘gemeenschapsgrond’.

Lindedijk

Zo loopt de Linde hier richting Kuinre

Monniken die veen ontginnen: Weststellingwerf
De benedenloop van die rivieren ligt in Weststellingwerf. Hier vormden zich tussen Tjonger en Linde grote veengebieden, die in de Middeleeuwen door de monniken werden ontgonnen. Het monnikenwerk kun je nog terugvinden in plaatsnamen als ‘Munnikeburen’, een plaatsje bij veengebied Rottige Meente. Dat veengebied heeft de Linde als zuidoostgrens, en daarachter ligt dan Overijssel met Blokzijl.

Je vindt er verder plaatsjes als Spanga, waar ‘de Monnickenkamp’ gevestigd was, en een buurtschap ‘Het Klooster’.

Die monniken waren van De Duitse Orde zo vermeldt deze Stellingwerver Historie-webzijde, dus een kruisridders-genootschap. Ze beheerden dit gebied vanuit de kerk van het plaatsje Kuinre, zo stelt de auteur ‘Piet van der Lende’, die dus is vernoemd naar de rivier de ‘Linde’, op zijn Fries ‘Lende’.

De begraafplaats van Kuinre langs de Linde

Peter van der Lende schrijft over die Linde:

In een oorkonde van 1165 komen we voor het eerst de naam van het riviertje tegen in de vorm van Lenna. In 1204 komt de naam Lienna voor; bisschop Diederik II van Utrecht gaf in dat jaar toestemming aan de bewoners van ‘Holenpathe aan de Lienna’ (Holenpathe juxta Liennam) een eigen kapel te stichten. (2)

Mulder ziet in de naam Holenpathe het dorp Holtpade. Dus Oldeholtpade aan de Linde.

Peter van der Lende is vooral in naam-geschiedenis geïnteresseerd.

Volgens Schönfeld is len de oorspronkelijke vorm, oud Hoogduits lid(i), Hoogduits lind in de betekenis van zacht, week (7) De betekenis is dan: langzaam, zacht stromend.

Schönfeld constateert, dat er waarschijnlijk een assimilatie heeft plaatsgevonden van nd in de varianten lende, Linde, tot nn in Lenna, Lenne, Lienne. Lende of Linde is dus een oorspronkelijker vorm dan de benaming Lenna, Lennen, Lienna, die in de eerste oorkonden gebruikt wordt.

Hij meent ook dat de plaats ‘Lemmer’ is afgeleid van Lende, een verbastering van het Lende-Meer, net als Liamer.

Ooststellingwerf, de bovenloop op arme zandgrond
Iets voorbij de eerder vernoemde Kontermansbrug tot aan de Oldeberkooperweg, bij de ‘Lindahoeve’, lijkt de Linde nog op een natuurrivier. Daarna wordt het steeds meer een slootje. Hier loopt hij langs de ‘Madenweg’ naar een verdedigingswerk uit de 80jarige Oorlog, de Schans Bekhof. Die Schans maakte van het water van de Linde gebruik, als vorm van Waterlinie.

Zo langs de Madenweg ziet de Linde er dan zo uit:

De Linde in gekanaliseerde vorm sinds 1922

Over dat slootje dat ‘Linde’ heet loopt dan de Bekhoftille. Een ‘til’ is een brug. Daar stuiten we bij een infobord van Staatsbosbeheer op de eerste Saksische taalschok, zodat je als Fries plots vreemde bent in eigen Heitelan.

In een opwelling van nostalgie bij lokale ambtenarij, zo rond het jaar 2003 dacht men: we gaan het dialect  >van ongeletterde keuterboertjes fonetisch overzetten tot ‘taal, die behouden moet blijven’.

En zo geschiedde hier. Dan krijg je ‘Ie Staon Hiere‘.  Dat is: U staat hier. De schans zou namelijk net hersteld zijn; en dat heet dan ‘In Betere Stoat‘. Het blijkt ook geen ‘verdedigingswerk’ maar ‘verdedigingswark’ te zijn:

Ach ja

Een kwestie van sociale groepsisolatie door geografische afscheiding, en hup, daar is al weer een nieuwe spraakgewoonte geboren. Zo ontstaan ook nieuwe variaties op plant- en diersoorten, door geografische afscheiding. Maar dan doen we natuurlijk geen recht aan het Nedersaksisch, dat dialect- volgens sommigen een taal- dat van de Stellingwerven tot Achterhoek wordt gesproken.

We zijn zelfs in het bezit van Drentse erotische poezie. De verkoopster in Veenhuizen grapte heel nuchter: ‘Ja, in Drenthe worden ook kinderen geboren’.

Dus vind je in dit deel van Friesland een tongval die overeenkomt met die van Benny Joling van Normaal en de Drentse erotisch poezie waarvan je ‘kloar komt’.

Maar edoch, ook hier zijn we volgens lokale sportvissers nog steeds niet bij DE Bron. Die moet nog enkele kilometers verderop liggen, zo achter de bossen op onderstaande plaat.

Het lullige slootje dat Linde heet, vlakbij ‘de bron’

Eindpunt bij Frankrijk
De eerste kilometers van de bovenloop van de Linde bij Nijeberkoop werden volgens locale hobby-historicus Geert Lantinga in 1922-1926 tot het droevige slootje rechtgetrokken, dat we uiteindelijk bij ‘Frankrijk’ op een duiker zien eindigen. Het riviertje was in de winter een bron van wateroverlast, en stond in de zomer meestal enkele maanden droog.

Onbruikbaar dus voor mensen die nog niet op geleende welvaart konden teren, maar die nog moesten overleven. ‘Frankrijk’ is een weg die naar Nijeberkoop loopt.

De Linde ontspringt in Frankrijk

Hier was het armoe troef tot ver in de afgelopen eeuw. Het kan zijn dat Frankrijk is afgeleid van een ontginnings-werk, net als het nabijgelegen ‘Egypte’. Wie de oorsprong van de naam kent, die mag het hieronder melden.

Naast een boerderij eindigt het blauwe streepje op de kaart van de Bosatlas aldus:

Jaaa, eindelijk, daar hebben we de Linde gevonden: hier loopt hij volgens de Topografische Atlas van Friesland dood op een duiker

En dan loopt hij zo onder deze duiker:

De duiker waar de Linde zo’n beetje doods onderdoor loopt als boerenslootje

Vervolgens gaat de Linde dus als slootje verder langs de onderstaande ‘Koedijk:

Geen schoonheidsprijs, zo’n slootje langs de Koedijk, bijna lullig zelfs…

Langs de Koedijk loopt die sloot dan zo’n beetje door richting Tronde. Bij Tronde is volgens de overlevering dan de echte ‘bron’. Na 1960 hebben ze daar toen dit bordje geplant bij een boerenslootje, dat tot ‘de bron van De Linde’ werd gedoopt.

De ‘bron’ van de Linde

En dat bordje ‘LINDE” heb je wel nodig. Anders zou je niet geloven, dat een trotse Friese rivier als deze hier ooit zijn oerbron kon hebben. Hier wachtte vervolgens ook geen Marlon Brando met moordlustige inboorlingen. Maar een allervriendelijkste boerin uit Elsloo met Saksische tongval. Op haar terrein begint de Linde dan in het eendenkroos aan haar avontuur als rivier.

Hier begint de Linde plots

Nou ja, met Saksische boerin in plaats van psychopaat bij de bron, dan kun je het tenminste nog navertellen in dit Zaterdagse reisverhaal op Interessante Tijden.

3 Replies to “Dr. Livingstone op expeditie naar bron Friese Linde”

  1. Prachtige foto’s, prachtig beschreven.
    Veel werk verzet vooraf, ter plekke …
    … en om het voor de lezer op te dienen.
    Ja, dat is smullen.

    Zo zien we het graag, Rypke!

  2. Mijn moeder heeft mij al heen jong vertelt dat onze familienaam ontleent is aan dit riviertje. De stamboerderij is er ook nog steeds te vinden, namelijk ‘de lendezathe’. Van die boerenafstamming is overigens niets meer te merken in onze familie. Het onderhoud van mijn tuin kost al de nodige moeite. Ik heb genoten van het grondige en ook geestig geschreven artikel. Buitengewoon bedankt.
    Anton van der Lende

  3. Wat een prachtverhaal!
    Ik heb een jaar lang mogen meewerken aan de hermeandering (sic!) van de Linde vanuit de gemeente. Het is wel een van de mooiste veenstroompjes in Friesland en dit verhaal doet het recht. Maar om het nu een rivier te noemen?
    Wel interessant om te vermelden; tot aan het begin van de vorige eeuw was er sprake van inkomend en uitgaand tij. Dat is dus de reden dat de rivier, euh het stroompje, meanderde. Immers, er ging nogal wat water in én uit. Da de inpoldering van de NOP was het gedaan met dit gegeven en verlandde het geheel. Wat er echter wel voor terugkwam was een prachtig biotoop waarin de Groene Glazenmaker prima gedijt dankzij overvloedige hoeveelheden Krabbescheer. (z. https://www.vlinderstichting.nl/libellen/overzicht-libellen/details-libel/groene-glazenmaker)
    Overigens, de link naar Geert Lantinga op Noorderbreedte is 404… Maar als je Geert belt heb je alle info die je wenst én meer. (De man spreekt overigens vloeiend Fries, Stallingwarfs en ook nog wel wat Nederlands en is een prachtig verteller en fijn mens)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *