Friese Dode Zee-rollen, Oera Linda voeden controverse

Nieuw verschenen van de Oera Linda Foundation in Diever, zie www.oeralinda.org

In dit zaterdagse archiefverhaal, mijn publicatie voor De Andere Krant van afgelopen week: Bewegingswetenschapper Jan Ott (1968) maakte een carrière -omslag en stortte zich op de internationale vertaling van een – qua echtheid omstreden- Oud Fries manuscript, de Oera Linda Codex.

Uit dit in 1867 in West Friesland boven water geraakte papierpak, blijkt dat de Friezen als Nederlands stamvolk van een hogere Atlantische en geletterde beschaving afstammen, die door een natuurramp verloren ging. Die kijk gaat regelrecht in tegen de officiële geschiedschrijving, en vindt gretig aftrek. Wat is het waarheidsgehalte?

Frijsia blaast Friese legendes nieuw leven in met optreden Jan Ott

Ott bracht recent alweer de derde druk uit in een jaar tijd. Met het Oud Fries en Engels afgewisseld. Het gehele manuscript met rune-achtige tekens is in het boek opgenomen. De Codex werd in 1867 boven water gehaald door Cornelis over de Linden (Oera Linda, in oud Fries), werkzaam bij de marine in Den Helder. Het zou hierbij gaan om een in de familie overgeleverd erfstuk.

In een papierpak -lijkend op de Oud Friese versie van de Dode Zee-rollen- wordt de Friese historie van voor de christelijke jaartelling tot de vroege Middeleeuwen beschreven. Waar de archeologie en ook de Romeinen wat hutten op terpen vonden, daar beschrijft dit papierpak een hoogstaande beschaving met schrift en stenen maagdenburchten zoals op Texel in Den Burg en Stavoren. Daar zouden Friezen de eredienst voor hun oermoeder Frya houden en de godheid Wralda, oftewel ‘wereld’.

Optreden met Jan Ott, legendes uit Oera Linda hervertellen

Vanaf dag 1 startte de controverse tussen geleerde voor- en tegenstanders van de echtheid van de Codex. Met Ott’s hervertaling laait deze opnieuw op. Ditmaal landt de Codex in een wereld met internet, en een klimaat waarin steeds meer mensen twijfelen aan het waarheidsgehalte van berichtgeving door massamedia en overheden. Onder het kopje ‘our subverted history’ van Asha Logos- die het voorwoord schreef in Ott’s eerste vertaling- vindt de hervertaalde Oera Linda Codex alvast een publiek van 78 duizend kijkers.

Catherine Austin Fitts – woonachtig in Stavoren- bood Ott al een podium om zijn visie te geven op Friese geschiedsherschrijving. Internationaal is Oera Linda al beroemder geworden dan in huidig provincie-Friesland. In een ranglijst van The Hybrid Librarian (872 duizend volgers) getiteld ‘De Wereld haar tien meest mysterieuze boeken’ staat Oera Linda op zeven gerangschikt. Ook antropoloog Robert Sepher besteedde op zijn Atlantean Gardens-kanaal (272 duizend volgers) al aandacht aan deze codex.

Dit omdat Oera Linda de Friezen als zeevarend volk verbindt met de Griekse en Foenisische beschaving. Sepher huldigt de theorie, dat Europeanen afstammen van de verloren gegane Atlantis-beschaving. Ott was ook te zien op het festival Frijsia op Het Roode Klif, waar de legendes werden uitgebeeld met historische acteurs.

Frijsia entree

Zoete wraak op Jensma van oermoeder Frya
De populaire interesse voor dit mysterieuze Oud-Friese manuscript staat in contrast met die van jonge mensen voor het moderne Fries, door Ott gekscherend ‘subsidie-Fries’ genoemd. Hoogleraar Fries Goffe Jensma aan de Rijksuniversiteit Groningen, ging dit najaar met emeritaat. Zonder opvolger. Zijn leerstoel werd omgedoopt tot een opleiding voor ‘diversiteitsmanagement’ met Fries als keuzevak.

Vrijwel niemand wilde nog Fries studeren, ondanks alle subsidies die de provincie Friesland besteedt om de taal te stimuleren. En dus koos de universiteit met Jensma aan het roer voor een woke-invulling. ‘Ik had het ook graag anders gezien’, zo reageert Jensma desgevraagd per email.

De studie ‘Fries’ aan de RUG is onder Jensma veranderd in een ‘woke’-opleiding voor ‘diversiteitsmanagement’…;

Wie de poëtische wereld van de Oera Linda tot zich neemt, zou in die teloorgang van Jensma’s levenswerk een soort zoete wraak kunnen zien van Fries oermoeder Frya. In zijn proefschrift in 2004 brandde Jensma de authenticiteit van Oera Linda tot de bodem af. De codex zou een soort complexe studentengrap zijn geweest, vervaardigd in een samenzwering door dominee-dichter Francois Haverschmidt (Piet Paaltjens), taalkundige Eelco Verwijs en Cornelis Over de Linden.

Deze complottheorie over de totstandkoming van Oera Linda is ook de officiële lezing, die de bewaarder van het manuscript onderschrijft, het Fries historisch archief Tresoar. (‘Schatkamer’)

Zoals Jensma in zijn promotie-onderzoek schreef, was de tekst niet in Oud Fries geschreven, en zelfs niet in het Nieuw Fries. Het was een eigen taal die Jensma het OLBees (Oeralindaboeks) noemt: “Wie probeert het boek of een deel ervan in het Nederlands te vertalen, zal erover verbaasd staan hoe gemakkelijk dit gaat. En zal zich ook realiseren, dat dit vooral komt doordat de zinsbouw in het boek in bijna alle gevallen gelijk is aan wat ook in het Nederlands doorgaat voor de meest begrijpelijke en correcte volgorde.”

Optreden met Jan Ott, legendes uit Oera Linda hervertellen

Dat een bewegingswetenschapper als Ott, of welke geleerde leek ook, de tekens en taal kon ontcijferen, was dan ook de bedoeling geweest: “Moet men bij een vertaling vanuit het Nieuwfries nog wel eens een zinsdeel of een samenstelling van werkwoorden omzetten”, schrijft Jensma. “Hier kan men bladzijde na bladzijde woord voor woord vertalen zonder de volgorde van die woorden ook maar enigszins te hoeven veranderen.” Jensma vergelijkt de taal in Oera Linda met die van een cabaretier die een dialect wil imiteren, niet met het echte Oud Fries.

Volgens Ott kan de nu in academische kringen geaccepteerde officiële complottheorie van Jensma, over de Oera Linda Codex nooit waar zijn. “Het meest onwaarschijnlijke van alle aannames, is dat de intelligente en getalenteerde linguïst Verwijs zijn carrière op het spel zou zetten, en daarnaast ook criminele vervolging zou riskeren”, stelt Ott. “Toen hij het manuscript in 1867 onderzocht, concludeerde hij dat het onweerlegbaar authentiek was, meermaals gekopieerd. Hij was de eerste die het Fries provinciebestuur vroeg om het manuscript aan te kopen voor vertaling en kopieën.”

Gerda van de Tsjoensters en Jeroen, hier in hun rol als uitbeelders van Friese legendes

Wanneer het manuscript bedoeld was om ontmaskerd te worden, “dan zou Verwijs knettergek zijn geweest, als hij zelf mee had gewerkt aan die vervalsing,” stelt Ott. Het argument dat het papier bij nader onderzoek ook vroeg negentiende-eeuws bleek, legt hij naast zich: “Zo is er tussen 2006-2011 een kennelijk ambitieus papieronderzoek gedaan waarvan nooit een verslag is gepubliceerd. Dat onderzoek ging er ook bij voorbaat vanuit dat het papier 19e-eeuws moest zijn, maar kennelijk kon dat niet worden bewezen..”

Ott vroeg Jensma om bij zijn nieuwe uitgave het voorwoord te schrijven. Maar dit wees Jensma beleefd van de hand. Niet om persoonlijke redenen, zo reageert Jensma. “Jan’s visie en de mijne zijn niet gelijk, maar deze kunnen heel goed naast elkaar blijven bestaan. We tolereren elkaar zogezegd en waarderen elkaar… Tot op zekere hoogte.”

  • Abonneer je op De Andere Krant, de in 1 jaar tot 10 duizend abonnees gegroeide misschien wel enige onafhankelijke krant van Nederland, deze week in de kersteditie ook een verhaal over het Friese slavernijverleden
  • De Oera Linda Foundation van Jan Ott vind je via www.oeralinda.org
  • Het ideale nieuwjaarskado? ‘Liever dood dan Slaaf, een pelgrimstocht door de Friese Natuur op zoek naar Vrijheid’ via www.lieverdoodanslaaf.com

2 Replies to “Friese Dode Zee-rollen, Oera Linda voeden controverse”

  1. “Wie probeert het boek of een deel ervan in het Nederlands te vertalen, zal erover verbaasd staan hoe gemakkelijk dit gaat.” (toenmalig doctorandus geschiedenis Jensma in proefschrift 2004, hierboven geciteerd)

    Taalkundige Verwijs schreef aan medebestuurslid Winkler, na twee en een half jaar onderzoek van het manuscript (brief 11 okt. 1869): “er schuilen ook nog al moeilijkheden en vreemde woorden in. (…) zoo zou ik er veel te veel tijd aan besteden. (…) ’t Is vreemd, dat er enkele zeer oude woorden in schuilen, dat ook de vormen op een vorig tijdperk der taal wijzen, terwijl andere uitdrukkingen zoo heel nieuw klinken.”

    Specialist Oudfries De Haan Hettema, die kort voor zijn overlijden slechts enkele pagina’s te zien kreeg, verklaarde in een krantenartikel (5 sept. 1871) wat hij daarin ontdekte: “eenige thans niet algemeen meer bekende woorden, die in het overige van dit geschrift wel zullen voorkomen en daardoor onze Friesche Woordenschat zouden kunnen aanvullen.”

    Na bijna 14 jaar Oera Linda studie blijf ik bestaande vertalingen (dus ook die van Jensma) verbeteren. Een voorbeeld hiervan staat in mijn laatste blogbericht (Fryskednis).

    – – –

    Drie keer “papierpak” in de eerste acht zinnen. (…)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *