“…geen mens onheilig of onrein noemen”…(Handelingen 10)

Bij de oude stadsmuur van Jeruzalem, gebouwd door de Ottomaanse bezetter van Israël

Op de zondag geen profane boodschappen. Dan lezen we uit de Heilige Schrift, Het Boek zonder welke er geen Westerse Beschaving was geweest. In onze Wandelingen door Handelingen komen we vandaag bij het schisma tussen het Judaïsme en wat ‘christendom’ zou worden.

Simon Petrus heeft in een visioen gezien dat God rechtvaardigen en gelovigen uit álle volkeren als de zijne beschouwt, het onderscheid tussen ‘rein’ en ‘onrein’ vervalt. Wanneer mensen door Geloof zijn gereinigd mogen ze deel nemen aan het Verbond, los van hun etniciteit. 

De Jordaan ontspringt in de ‘Israelische Alpen’

U mag met hen en hun goden geen verbond sluiten
“Het is niet goed het brood van de kinderen af te nemen en aan de honden te geven“, zegt Jezus wanneer een Syro-Fenicische vrouw hem om hulp vraagt. Die passage kennen we uit zowel Matheus 15:26 als Marcus 7:27:

Laat eerst de kinderen verzadigd worden, want het is niet goed het brood der kinderen te nemen en het de honden voor te werpen

Omdat de vrouw van een ander volk is vergelijkt Jezus haar met een hond. Zijn bediening is er allereerst voor de stam van Juda. Maar zodra de vrouw haar Geloof toont is ze voor hem geheiligd, en wil hij haar helpen. Dat is de kern voor het Nieuwe Verbond, dat naast het Oude ontstond.

Het apart moeten blijven van de rest komt uit de Torah, zoals Exodus 23:31-33:

Ik zal uw grenzen vaststellen, van de Schelfzee tot aan de zee van de Filistijnen, en van de woestijn tot aan de rivier, want Ik zal de bewoners van het land in uw hand geven, zodat u hen vóór u uit kunt verdrijven.
U mag met hen en met hun goden geen verbond sluiten.

Zij mogen niet in uw land blijven wonen, anders zullen zij u doen zondigen tegen Mij. Als u hun goden dient, voorzeker, het zal voor u tot een valstrik worden.

In Eilat Mijn rug verscheen nog in de Frankfurter Allgemeine bij een snoepreisje in Eilat, betaald door Israel: wat was ik nog een jochie

Naijverig, niet voor iedereen
En daarom mogen ze ook de tafel niet delen met mensen van andere volkeren. Die zouden hen namelijk tot afgoderij kunnen verleiden (Exodus 34) en de God van Israël is ‘naijverig’, Hij duldt geen andere goden naast zich:

Wees op uw hoede dat u geen verbond sluit met de inwoners van het land waarin u komt, anders zullen zij in uw midden tot een valstrik worden.

Maar hun altaren moet u afbreken, hun gewijde stenen in stukken slaan en hun gewijde palen omhakken
– want u mag zich niet neerbuigen voor een andere god: de Naam van de HEERE is immers de Na-ijverige. Een na-ijverig God is Hij –

…dus uit vrees voor afgodendienst mogen ze niet met andere volkeren omgang hebben. Die zouden hen ‘onrein’ maken:

anders sluit u misschien een verbond met de inwoners van het land. Wanneer zij immers als in hoererij achter hun goden aan gaan en aan hun goden offers brengen, zou men u kunnen uitnodigen en zou u van hun offer eten.
Dan zou u van hun dochters vrouwen nemen voor uw zonen. Hun dochters zouden als in hoererij achter hun goden aan gaan, en uw zonen als in hoererij achter hun goden aan laten gaan.

Overal in Israël militaire terreinen

“U was de kleinste van alle volken”
Op basis van die geboden hebben ze zichzelf altijd apart gehouden van ‘de rest’…De motivatie en de kracht van dat verbond- en het apart blijven van de rest- staan in Deuteronomium 5:

6Want u bent een heilig volk voor de HEERE, uw God. De HEERE, uw God, heeft ú uitgekozen uit alle volken op de aardbodem om voor Hem tot een volk te zijn dat Zijn persoonlijk eigendom is.

7Niet omdat u groter was dan al de andere volken heeft de HEERE liefde voor u opgevat en u uitgekozen, want u was het kleinste van al de volken.

8Maar vanwege de liefde van de HEERE voor u, en om de eed die Hij uw vaderen gezworen had, in acht te houden, heeft de HEERE u met sterke hand uitgeleid en heeft Hij u verlost uit het slavenhuis, uit de hand van de farao, de koning van Egypte.

..De Israelische Alpen: Mount Hermon

Vergelding aan ieder van hen die Hem haten
Zoals de grond waar God spreekt ‘heilig’ kan worden (denk aan de brandende braamstruik), zo kan ook een Volk heilig worden door Zijn Naam. Daar moet je dus ook geen haat tegen koesteren. Wie het volk van Israël (de twaalf stammen, waar Juda er eentje van is) haat, die haat God:

9Daarom moet u weten dat de HEERE uw God is. Híj is God, de getrouwe God, Die het verbond en de goedertierenheid in acht neemt voor wie Hem liefhebben en Zijn geboden in acht nemen, tot in duizend generaties.

10En Hij doet vergelding aan ieder van hen die Hem haten, door hem om te doen komen, hem persoonlijk; Hij zal tegenover wie Hem haat niet aarzelen. Hij zal aan hem vergelding doen, aan hem persoonlijk.

Petrus krijgt in Handelingen 10 de Romeinse hoofdman Cornelius op bezoek. Die wordt omschreven als ‘godvrezend’, altijd biddend. In een visioen krijgt Cornelius de opdracht dat hij naar Simon Petrus op zoek moet gaan. Petrus kreeg net een visioen, waarin hij de woorden van Jezus in relatie tot de spijswetten geopenbaard krijgt.

Israëlisch soldates, ook vrouwen moeten in militaire dienst

“Wat God gereinigd heeft mag u niet voor onheilig houden”
Handelingen 10:12 stelt: “Wat God gereinigd heeft, mag u niet voor onheilig houden!” Hij mag geen rigide onderscheid maken tussen ‘rein’ en ‘onrein’, en al helemaal niet bij mensen. Daarom begroet hij de komst van Cornelius in Handelingen 10:28 zo:

28En hij zei tegen hen: U weet dat het een Joodse man niet toegestaan is om met iemand van een ander volk om te gaan of bij hem binnen te gaan; maar God heeft mij laten zien dat ik geen mens onheilig of onrein mag noemen.

Door het offer van Jezus Christus is immers iedereen gereinigd die hem wil aannemen. Dus verderop vervolgt hij:

En Petrus opende zijn mond en zei: Ik zie nu in waarheid in dat God niet iemand om de persoon aanneemt;
maar in ieder volk is degene die Hem vreest en gerechtigheid doet, Hem welgevallig.
Dit is het woord dat Hij gezonden heeft tot de Israëlieten, waardoor Hij vrede verkondigt door Jezus Christus; Deze is de Heere van allen.

Petrus stelt als discipel van Jezus het Verbond open voor andere volken die óók deel willen nemen. Een heel privilege is dat.

Graf Israelisch soldaat Eilat

Vervangingstheologie
Binnen het christendom heb je verschillende versies van hoe je naar het Nieuwe Verbond kunt kijken. Bij de Urkers heb je de Israël-theologie, waarin de Joden nog steeds deel van het verbond zijn maar een Nieuw Verbond sluit de christenen in. Daar zit ondergetekende ook in.

Daarnaast heb je de Vervangingstheologie, het supersessionisme. Die stelt dat het Verbond met de twaalf stammen via de twaalf discipelen van Jezus overging op de christenen en daarmee de katholieke kerk.

Dat is de theologie die de Katholieke kerk aanhing tot 1965, toen de encykliek Nostra Aetate uitkwam. De Jezuiet Augustin Bea zou deze opstellen. Hij noemde Israël “de goede olijfboom”, de Joden “het volk van het eerste verbond” en “dierbaar voor God omwille van de Aartsvaders”.

Gebruikte Bijbel, als intieme vriend geraadpleegd

Traditionele katholieken verfoeien alles dat het Tweede Vaticaanse Concilie in de jaren ’60 voortbracht, inclusief het afscheid van de Vervangingstheologie. Toen zette de Kerk namelijk de deur open voor De Wereld.  Met de Groene Encykliek Laudato Si (2015) heeft Paus Franciscus de Kerk bovendien ondergeschikt gemaakt aan het groene systeemdenken en de ‘consensus’ uit computermodellen.

Er valt veel te zeggen voor kritiek op verwereldlijking.

Maar het haten van de stam van Juda en haat tegen Israël staat nergens in de Bijbel voorgeschreven. Sterker nog: wie dat doet roept vergelding over zich af. En zo kun je ook de opdracht van Petrus interpreteren dat je geen mens onheilig of onrein mag noemen.

  • Heb een goede zondag en doe een duit in de collectezak van Interessante Tijden bij verlaten van het webhuis, wanneer je er iets van opstak

One Reply to ““…geen mens onheilig of onrein noemen”…(Handelingen 10)”

  1. Mooie conclusie , gooi het oude testament maar weg met al dat onreinheidsgedoe. En ja een dicrimineerende godheid, naar rein ,onrein, heilig onheilig, veroemd en gered, daar wordt niemand blij van. Toch?
    Kon het als narrige nar niet laten , de horzel kritiek houd het paard in beweeging.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *