
Minutenlang keek ik als kleuter gebiologeerd naar de kaart
Deze ansichtkaart kreeg ik als vierjarige kleuter van mijn vader, op zijn vaste stek als onderwijzer aan de Bolwerkschool. We gingen vaak buiten schooltijd met hem mee, bijvoorbeeld om te tafeltennissen en te spelen in het voor ons immense schoolgebouw met vele lokalen en dwarsstraatjes. Hij toverde deze uit de lade van zijn bureau, en ik bevroor: De Slechtvalk. Het werd mijn toetreding tot een sekte, die van de bewonderaars van Falco peregrinus.

Slechtvalk tarsel, prijkte op omslag PS van Het Parool
Hier kon ik uren naar staren, zoals ik later nog wel uren naar andere representaties kon gluren. Die donkere ogen met dat felle levenslicht er in, de kracht die de houding uitstraalt.
Deze kaart vormde het begin van een levenslange liefde, zo niet obsessie met het meest volmaakte dier op aarde, de ultieme vlieger, patser en snelheidsduivel, het speeltje van koningen en oliesjeiks, met z’n krachtige vleugelslagen, onmogelijke luchtacrobatiek, de ultieme Jager.
De Pelgrimsvalk

Tarsel slechtvalk
Toen, vijfenveertig jaar terug waren ze nog zeldzaam. Nu hebben ze heel Nederland veroverd als stadsvogel, die je met oog voor natuur overal kunt opmerken of kunt zien jagen. Let in een polder bijvoorbeeld op grote vluchten kieviten en plevieren die steeds hoger vliegen en samenklonteren.
Dat doen ze wanneer ze een valk hebben gespot.

Slechtvalk op oude landaanwinning van monding Middelzee. Die jaagt op goudplevieren, die dan hoog samenklonteren
Of kijk op het Wad naar grote vluchten zwenkende steltlopers. Maar je kunt ook naar het centrum van Haarlem bij de Sint Bavo, en dan hoor je vanzelf een valk ‘weh weh weh weh weh’: de roep van deze duivensloper in een mensengemaakt rotslandschap.
Hij redt zich overal, of het nu in de bergen is, een stad, ieder landschap, elk werelddeel.

Leeuwarden Averotoren
Vlakbij ons huist een paar valken op de toren van Spannenburg. Daar ging ik regelmatig kijken, als baardaap en dorpsidioot die van een stipje ver in de lucht onverklaarbaar enthousiast schijnt te kunnen worden.
Eenmaal in Wageningen als adolescent, volgde via een jaarverslag van valkeniersvereniging Jacoba van Beieren in het Kopshuis de toegang tot de valkerij. De ‘eenarmige bandiet’ Harry Wagenaar zou mij wat kneepjes van het vak leren, nadat ik twee brieven aan de vereniging had gestuurd, het adres in het verslag.
Daarmee jaagden we achter zijn huis met zijn havik, Kai op konijntjes. Later zou ik regelmatig bij valkenier Henk Keuning hier in Friesland buurten, jagend met zijn donkere grote slechtvalken op eenden in de Tjonger. Ik zou nog een nieuw valkeniesmagazine, De Loer vullen met foto’s en verhalen.

Pelgrimsvalk
Ik ben zelf geen valkenier geworden, omdat de eigen levensstijl daar niet op aansluit. Je moet steeds weg kunnen, op pad, op reportage. Maar eerlijkheid gebiedt- na vele valkeniersvalken in actie te hebben gezien- dat niets de waarneming in het wild van een in het wild jagende valk verslaat. Waarom al die moeite, wanneer je in het wild een misschien wel betere jachtvlucht kunt zien.

Slechtvalk, de favoriete jachtvalk
Tenzij je een purist bent, zoals de schrijver van ‘The Flying of Falcons’ die op bijna religieuze wijze zijn leven aan deze magnifieke vogels wijdt. Die kreeg zijn ’tamme’ valken net zo fit, dat ze de prestaties van wilde vogels evenaarden.

Ed Pitcher is de purist
Een valkeniersvalk zit het gros van zijn leven op het blok, die bouwt geen conditie op. Die krijg je niet zo hoog, dat je die gewilde ‘stoop’ ziet, die stootduik van grote hoogte, waarin ze met pure snelheid, uit het niets uit de hoogte hun prooi verrassen.

Een slechtvalk kwam als racewagen over jakkeren
Natuurlijk zit een valk in de natuur ook het grootste deel van de dag te rusten. Maar een wilde valk kun je moeiteloos en eindeloos met de lucht zien spelen, ze hebben een zichtbare lol met hun vermogen om de wind de baas te zijn en naar eigen voordeel te gebruiken.
Op Facebook kun je nu genieten van de valkenfilmpjes die Tohid Azimi maakt vanaf zijn vaste stek aan de kust van Californië, de vliegavonturen van valken Odin (mannetje) en Maxime. (vrouw)

Jagende slechtvalk boven Hoftoren Den Haag…
De vele bewonderaars van Falco peregrinus weten wat ik bedoel, die vonk die door je heen gaat wanneer je zo’n magnifiek dier in actie ziet. Die roeiende vleugelslagen, het moment dat ze hun vleugels samenvouwen om als torpedo de lucht te doorklieven. Wat zou het mooi zijn, dat je zo een sprong in de lucht kon maken, je armen tot vleugels uit kon strekken, kon los komen en zonder beperkingen te bewegen.
Als jochie was ik desastreus slecht in sport, chronisch onhandig. Wat verlangde je om los te komen, terwijl je er later achter komt dat in ‘sociaal leven’ ook alles behalve een verlossing ligt. Eerder een kwelling.

Slechtvalk tarsel (mannetje is een derde lichter gebouwd dan de vrouw)
Om die vrijheid te ervaren maakte ik tweemaal een tandemsprong met parachute en ik deed een cursus parapenten, te kunnen zweven en vliegen. Maar het liefste zou ik zelf een valk zijn, wie weet in een volgend leven…
Met mijn vrouwtje zou ik samen jagen, en ik zou mijn totemdier zelf mogen zijn, een stootduik maken, die druppel worden, me moeiteloos in luchtsalto’s omdraaien.
“Als ik kon vliegen, ik zou zweven, de banaliteit ontstijgen, de kloof tussen droom en werkelijkheid in twee slagen overbrugd.” Dat was een Haiku die ondergetekende als adolescent optekende. Het Verlangen echt ‘Vrij’ te zijn is gebleven, en zit in de Valk samengebald.