
In zijn pantser
In de Visserijnieuws vult Wageningen Marine Research een hele pagina, waarin de auteur verklaart welk mysterie de Oosterscheldekreeft trof. Plots in 2024 en 2025 werd er vrijwel geen kreeft meer gevangen. Terwijl we een maand terug nog lazen hoe kreeftenvisser Jan Zoeteweij (YE9) na jaren procederen tegen Rijkswaterstaat (ILT) eindelijk een schadevergoeding kreeg voor drie verloren visjaren.
Nadat Rijkswaterstaat tonnen staalslakken op zijn perceel had gestort was er geen kreeft meer te vangen. Is 1+1 hier niet gewoon 2, het is de schuld van Rijkswaterstaat? Of moet Rijkswaterstaat net als bij zandsuppleties weer gevrijwaard blijven, terwijl de instantie bij het natuurdossier twee petten draagt als wettelijk aangewezen ‘beheerder’ en potentiële aantaster van zeenatuur.

Het mag alles zijn behalve Rijkswaterstaat
Het mag Rijkswaterstaat niet zijn, dus is het de visserij (Baptist en Leopold 2009)
Staalslakken zijn een afvalproduct van Tata Steel, dat door Rijkswaterstaat gebruikt wordt als goedkope vorm van kustverdedigingsmateriaal. Zoals ze elders ook granuliet gebruiken om zandwinningskuilen in het rivierengebied te vullen. Ook bij projecten voor zogenaamde ‘natuurontwikkeling’ wordt veelvuldig gebruik gemaakt van afvalmateriaal, zoals bijvoorbeeld ook baggerslib van havens.
Het gebruikte materiaal kan uitlogen waarbij allerlei zware metalen vrijkomen. Stichting Annemieke deed daar al onderzoek naar, omdat 21 duizend kuub ‘klasse industrie’ baggerafval was gebruikt voor de Marker Wadden. En ook granuliet. Nu zijn we hier niet chemofobisch. Een stof is niet direct ‘vergif’ omdat het van mensen afkomstig is. Maar het gaat hier wel om het selectief gebruik van het voorzorgprincipe in het natuurdossier.
Het onderzoek van het WMR lijkt te zijn gericht op ‘het mag alles zijn, als het maar niet wijst richting Rijkswaterstaat’…Net als eerder bij de zandsuppleties die een veel betere verklaring vormen voor de verschuiving van het benthos-gehalte van eerder Spisula naar Mesheften, en de daarmee samenhangende zwarte zee-eend-theorie. Dat werd toen door het RIKZ in 2009 al onder het tapijt begraven door Mardik Leopold en Martin Baptist.
Die soortverschuiving (turnover in Ecologen-taal) wordt nu door de Waddenacademie in de maag gesplitst van garnalenvissers.

Baptist, Leopold in De Levende Natuur: het mogen de suppleties van RWS niet zijn!
Het is dus belangrijk, dat het hoofdvermoeden ‘het is staalslak’ niet begraven raakt onder een stapel van zijpaden door het WMR.
Kreeftenvisser Zoeteweij stelde na winst in de rechtszaal nog dat de schadevergoeding toch voelde als verlies. Hij had liever gewoon lekker veel kreeft gevangen in plaats van geld, in de wetenschap dat het met die schaaldieren in de Oosterschelde goed zit.
Wanneer je levensroeping en spaarpotje als visser is bedreigd, dan vind je dat erger dan dat het ene belastingloket van de overheid een bedrag overmaakt naar het andere loket. Van geld dat je in je loopbaan toch al zelf moest afdragen aan die overheid.

Midden in vogelgebied van de Oosterschelde
Extreem basische uitloging
Foodlog en NRC besteedden in 2024 al aandacht aan de invloed van staalslakken op het marien milieu. De kop boven het Foodlog-artikel klopte alleen niet. Staalslakken zijn juist extreem basisch, ze hebben een pH boven de 11, net als Soda, omdat het vooral kalkmineralen zijn.
De vraagstelling ‘waar is hier het voorzorgprincipe nu’, snijdt niettemin hout. We citeren:
De vissersgemeenschap vermoedt dat de chemicaliën uit de staalslakken de oorzaak zijn. “Overal waar deze slakken zijn gestort, zien we een terugloop in het mariene leven,” legt (kreeftenvisser RZ) Jumelet uit.
Omdat hij zich zorgen maakt over de gezondheidseffecten op mensen – “je wilt toch niet op je geweten hebben dat de gezondheid van consumenten wordt geschaad?” – heeft hij zelf een bureau ingeschakeld. Om te kijken of er “rommel uit die staalslakken in de kreeften zit.”
Hier zie je weer een ander kenmerk. Komt een ‘oorzaak’ de overheid goed uit, (‘het zijn de vissers, en die willen we toch al weg hebben’) dan regent het onderzoeksgeld voor WMR enz, ook vanuit Rijkswaterstaat (dat met de Waddenacademie samenwerkte). Komt het die zelfde overheid niet goed uit, dan moet de visser het onderzoek zelf op touw zetten met eigen centjes. Niettemin was er dus wel een RIVM-literatuurstudie gedaan.

Bron: RIVM 2022
De literatuurstudie, die het RIVM in 2022 uitvoerde in opdracht van de Inspectie Leefomgeving en Transport. (ILT) Die concluderen, dat de staalslakken bij watercontact een extreem basische (lage zuurgraad, dankzij gebruik kalk-mineralen) oplossing vormen en dus:
Als staalslakken in contact komen met regen- of grondwater, komen er schadelijke stoffen uit die in dat water terechtkomen. Vrijwel alle denkbare zware metalen komen dan via dit “uitspoelwater” in de bodem of het oppervlaktewater terecht. Het uitspoelwater heeft ook een heel lage zuurgraad. Deze effecten zijn schadelijk voor het milieu.
De hele lage zuurgraad verstoort chemische, biologische en ecologische processen in de bodem en het oppervlaktewater. Zandbodems zijn er het gevoeligst voor als de zuurgraad verandert, omdat zij deze verandering minder goed kunnen neutraliseren. Al deze milieueffecten kunnen tientallen jaren optreden.
Maar zulke uitspraken in algemene zin, kan de Rijkswaterstaat nog steeds vrijwaren. Een literatuurstudie is geen veldstudie. Zolang er niet specifiek veldonderzoek op locatie is, en laboratorium onderzoek naar de invloed van uitloginsproducten van staalslakken op het mariene leven ter plaatse.

De uitloging van zware metalen uit staalslakken, waaronder koper, lood en vanadium
Natuurlijk: de giftigheid zit altijd in de dosis. En ’the solution of pollution is in dillution’. (de oplossing voor vervuiling ligt in verdunning) Maar daardoor kunnen er zeker wel lokale effecten optreden, wanneer er honderdduizend ton wordt gestort zoals RWS in het verleden placht te doen.
In 2014 spande de Stichting de Oosterschelde met de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB) al een procedure aan bij de Raad van State tegen de Provincie Zeeland. Dat was vanwege de verleende vergunning aan Rijkswaterstaat voor de storting van staalslakken. De link naar de uitspraak in juni 2015 kun je hier vinden. Toen deden ze al een beroep op het voorzorgprincipe. Omdat er kennislacunes zijn over de ecologische invloed, zou het niet mogen plaatsvinden met dit type materiaal.
[appellant sub 1], NOB, de Stichting en [appellante sub 4] betogen dat het in artikel 19g van de Nbw 1998 neergelegde voorzorgsbeginsel niet in acht is genomen door het college, omdat in de passende beoordelingen is vermeld dat sprake is van een kennislacune met betrekking tot het gebruik van staalslakken.In de passende beoordelingen is voorts vermeld dat nader onderzoek nodig is om vast te kunnen stellen of de geconstateerde verhoogde concentraties van sommige zware metalen in organismen – zoals mosselen en oesters – als gevolg van het uitlogen van de staalslakken van invloed is op hun ontwikkeling.
Volgens [appellant sub 1], NOB en [appellante sub 4] heeft het college op basis van de passende beoordelingen niet de vereiste zekerheid verkregen dat er wetenschappelijk gezien redelijkerwijs geen twijfel bestaat dat het uitlogen van de gestorte staalslakken niet leidt tot schadelijke gevolgen voor de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000-gebied Oosterschelde.

Oosterschelde
Wanneer er redelijke twijfel is, al tien jaar lang, waarom blijft Rijkswaterstaat dan doorgaan, behalve dat het zo goedkoop is als oplossing? In 2024 stortte Rijkswaterstaat opnieuw tonnen staalslakken in de Westerschelde.
En er is een oorzakelijk verband gevonden tussen storting van staalslakken en het verdwijnen van kreeften. Mag je dan niet concluderen dat 1+1 misschien wel 2 kan zijn? We zien andermaal dat de visserij de enige partij is die ‘skin in the game’ heeft bij echte natuurbescherming. En de duikers in de Oosterschelde, die dat natuurlijk doen omdat ze van het onderwaterleven willen genieten.
Terwijl Rijkswaterstaat als ‘beheerder’ van Natura 2000 gebieden op zee dubbele petten draagt.

Oesterput 14 met familiebedrijf Pols-Bom, aanwezig sinds 1870
Dat leidt hier tot het selectief gebruik van het voorzorgprincipe. Bij een ‘vermoeden’ van schade gaan hele visgebieden dicht uit voorzorg. Maar bij een vermoeden van schade dat al 10 jaar terug in de rechtszaal werd uitgesproken kon Rijkswaterstaat nog jarenlang doorgaan. Mijn ervaring na zeventien jaar op dit dossier: je kunt de overheid en instituten van de overheid zelden op een waarheid betrappen.
Dus het is zaak hier goed de vinger aan de pols te houden. Met de Visserij als de Echte Natuurbeschermers, zoals dat nog gebeurde toen vissers zelf de Waddenvereniging oprichtten. Omdat Rijkswaterstaat als wettelijke beheerder meerdere petten draagt in dit dossier, moet een andere tegenmacht opkomen voor de natuur. Milieuclubs zijn gecorrumpeerd geraakt, dus lijkt mij de enige juiste partij hier: De Visserij, en lokale natuurliefhebbers, duikers, mensen die echt het gebied kennen en daar al jaren gebruik van maken.
- Waardeer dit artikel met een kleine of grote bijdrage, zodat we dagelijks als Studiecentrum voor Natuurlijke Historie het echte nieuws brengen over natuurbescherming.