
Vrijdag 17 april in Amsterdam, bestel hier je kaartje
In een fiat-geldstelsel (uit lucht gedrukt geld) moet de hoeveelheid geld jaarlijks groeien, om economische groei mogelijk te maken. Money Must Multiply. (MMM) Die groei met bijbehorende geldontwaarding ontstaat door geldcreatie uit ‘niets’ door centrale banken volgens de Quantitative Theory of Money, (QTM)
Tel daarbij het Cantillon-effect (Financing the Financiers) voor opwaartse welvaartsoverdracht en de Gebroken Ruit van Bastiat et voila: Je hebt klimaatbeleid, waardevernietiging via extra geldcreatie uit hete lucht. (CO2, kopkant van de Petrodollar)
Geldontwaarding door centrale banken is het doel en de kern van dit systeem van welvaartsoverdracht van middenklasse naar de mensen die vooraan staan bij het uitdelen van gratis geld. (bijgedrukt geld, subsidie) Het complot bestaat dus niet uit individuen maar zit ingebakken in de architectuur van het systeem.

FED 1 april 2026 Uit de geldmarkt weggekochte schuldpapieren via bijgedrukt geld
Financing the Financiers
Het Cantillon effect bespreken we gisteren al, de opwaartse welvaartsoverdracht richting de mensen die bij het uitdelen van gratis geld (bijgedrukt danwel subsidie) steeds vooraan staan. De banken, grote investeerders, de houders van staatsobligaties. Dat effect wordt door de hele economie waargenomen. Zie bijvoorbeeld dit onderzoek van Pew Research, over de krimp van de middenklasse sinds de komst van het fiat geldsysteem:
The share of American adults who live in middle-income households has decreased from 61% in 1971 to 51% in 2019. This downsizing has proceeded slowly but surely since 1971, with each decade thereafter typically ending with a smaller share of adults living in middle-income households than at the beginning of the decade.
Hoewel er over het geheel welvaartsgroei was, profiteert de toplaag het meeste:
From 1970 to 2018, the share of aggregate income going to middle-class households fell from 62% to 43%. Over the same period, the share held by upper-income households increased from 29% to 48%. The share flowing to lower-income households inched down from 10% in 1970 to 9% in 2018.These trends in income reflect the growth in economic inequality overall in the U.S. in the decades since 1980.

Het onderwerp van vandaag
Al moet je opmerken dat dit in Westerse landen veel minder ‘ongelijk’ is dan in bijvoorbeeld Rusland, Latijns Amerika en corrupte Afrikaanse landen. Zie bijvoorbeeld Piketty’s World Inequality Database. Daar bezit de toplaag bijna alles.
Niettemin, een systeem van geldcreatie uit niets doet een kleine hoeveelheid grote jongens het meeste profiteren. Daarom noemt het Adam Smith Institute – echte vrije markt advocaten- dit Cantillon effect ook ‘Financing the Financiers’
In Essai, Cantillon provided an advanced version of John Locke’s quantity theory of money, focusing on relative inflation and the velocity of money.
Namely, when you print money, it causes more pounds to chase fewer goods, pushing up the average cost resulting in inflation. His theory has been dubbed ‘The Cantillion effect’, and is a lesson to us all on the effects of inflation ‘financing the financiers’.

ECB kocht 3 biljoen euro schuldpapier op om de geldjoden van Rothschild en Blackrock te pleasen
Je kunt het effect van geld bijdrukken om financiers te redden live zien. De Federal Reserve heeft nu zesduizend miljard dollar op de balansen staan.Dat is uit de geldmarkt weggekocht staatsschuldpapier (US State Securities), bedoeld om staatsobligaties van de VS aantrekkelijk te houden voor financiers. Die opkoopoperaties vonden vooral plaats na de schuldcrisis van 2008.
Door het aantrekkelijk houden van staatsschuld voor Global Banking, kan de overheid van de Amerikanen weer verder uitdijen. Meer bommen kopen om Iran plat te gooien. De ECB kocht voor dik 3 biljoen euro schuldpapieren op in twee rondes (2015, 2020-22) om financiers te redden. Zo kunnen ze Zelensky, Blackrock, Rothschild cs weer van wapensteun voorzien via een ‘lening’ van 90 miljard.
Printing press enthusiasts often speak of the virtues of spending as a way to help those at the very bottom of society. From lavish government programmes for the purposes of ‘job creation’ to recklessly inefficient welfare spending, well-intentioned policy in theory often leads to not so well policy in practice.
These outcomes can even be contrary to the intended effects of alleviating the status of the poor. Examples are plentiful: rent control, tariffs, planning restrictions, minimum wage laws and zero hour contracts that all hurt the poor under the pretence of helping them.
Zonder de geldpersen hadden Jetten, Rutte en consorten nooit al die asielzoekers kunnen financieren, de vijf miljard hoersjoebsjiedie per jaar voor uitvreters uit achterlijke landen. Daardoor devalueert je woonomgeving, maar zo wordt er wel mooi geld rondgepompt en dat uit zich in een positiever BNP, die ‘average global temperature’ van economen.

De DNB is Klimaatactivist geworden
Centrale Banken redden Global Banking
Zo ontstaat een steeds grotere ongelijkheid in welvaart, ten koste van de middenklasse. Die nam steeds verder toe naarmate het fiat-geldstelsel (zonder goud-dekking) in het leven werd geroepen door Nixon in 1971. Dat is geen bewering, maar de uitkomst van diverse publicaties in economische bladen, en statistische observaties.
Denk aan Thomas Piketty met zijn World Inequality Database. De bovenste 10 procent van de VS bezitten zeventig procent van al het kapitaal en de rijkdom. De Visual Capitalist laat zien hoe de bovenste 1 procent van de VS in 1989 nog 22,8 procent van de rijkdom bezat. In 2024 was dat al 30,8 procent.
Geld trekt geld aan. Maar je moet wel een verschil maken tussen het Calimero-effect van socialistische economen en Cantillon. Zij zijn groot ik is klein, alsof het niet ‘eerlijk verdeeld’ is. Dat impliceert immers dat er een Rechtvaardige Herverdeler moet komen, oftewel een roofzuchtige bureaucratie.

Geld bijdrukken veroorzaakt meer inkomensongelijkheid
Een studie van Bagchi et al in Economics Letters probeerde het Cantillon-effect in 2019 te kwantificeren. Zij concluderen, dat er wel degelijk een sterke relatie is tussen toename in geld bijdrukkerij en Cantillon:
Employing data across a diverse sample of countries, ours is the first empirical analysis of the relationship between monetary growth and wealth inequality. There is a significant positive relationship between base money growth and wealth inequality, robust for both overall and inherited wealth inequality.
Our findings are significant in a subsample of countries that have billionaires at least once and in OECD countries. These results should strengthen the case for making distributional effects
Opmerkelijk dus, dat Bagchi et al claimen de eerste kwantitatieve analyse te bieden. En dan ook nog in een Q1 tijdschrift dat minder hoog staat aangeschreven bij economen. Terwijl het opwaartse welvaartseffect overal duidelijk waarneembaar is. (steeds meer miljardairs)
De zogenaamde top-tijdschriften in economenland minder geneigd zijn aandacht te besteden aan het Cantillon-effect dan de wat lager aangeschreven bladen. Dat kan te maken hebben met het zelfbeeld dat economen hebben als markt-voorstanders. Vele mensen die het Cantillon-effect beschrijven zijn socialisten, die daarmee het fenomeen ‘ongelijkheid’ willen onderbouwen en een agenda van herverdeling.

DNB
Vaste hoeveelheid geld bij drukken (monetarisme)
De economische theorie die beschrijft dat de hoeveelheid geld in een fiat-geldstelsel moet toenemen om economische groei te accommoderen (zonder deflatie of verstoring van transacties), is Milton Friedman zijn Quantity Theory of Money (QTM)
De kern is de equation of exchange: MV = PQ (of in groeivoeten: ΔM + ΔV ≈ ΔP + ΔY)
M = geldhoeveelheid
V = omloopsnelheid van geld (vaak redelijk stabiel op lange termijn)
P = prijsniveau
Y = reële output / economisch groeivoet (reëel BBP)
In een groeiende economie (stijgend Y) moet M toenemen als V stabiel is en men prijsstabiliteit (stabiel P) wil behouden. Zonder voldoende geldgroei ontstaat deflatierisico. (Geld lenen wordt duurder) Dat kan transacties en investeringen remmen. In een fiat-stelsel (zonder automatische beperking zoals goud) kan de centrale bank dit actief sturen.
Milton Friedman is de centrale figuur van dit zogenaamde ‘Monetarisme’, het idee dat (private) Centrale Banken de economie moeten besturen. Hij publiceerde uitgebreid over de QTM en de k-percent rule in top-tijdschriften en boeken. De K-percent rule stelt dat de geldcreatie per jaar moet overeenkomen met de verwachte economische groei over lange termijn (3-5 procent in de VS)

Het rapport waar ook de pensioenfondsen en de DNB al aan refereren
Geldpers gebruiken om economie actief te sturen (discretionair)
Daarmee zet Friedman zich af tegen Centrale Bankiers die ‘discretionair’ monetair beleid willen voeren. Dat houdt in dat centrale bankiers de economie actief sturen, door sommige jaren meer geld bij te drukken dan andere jaren. In plaats van dat ze jaarlijks een vast percentage aanhouden. Voor dat beleid is het loslaten van de goudstandaard de randvoorwaarde.
De voorstander daarvan is John Maynard Keynes, de econoom die al in de jaren ’20’ pleitte voor het loslaten van de Goud-standaard. Hij is de economisch architect van de New Deal, waarnaar nu de Europese Green Deal is vernoemd.
In A Tract on Monetary Reform (1923) schreef Keynes expliciet:“In truth, the gold standard is already a barbarous relic.” Op 21 september 1931 schrapte de Britse regering de goudstandaard. De VS bleven langer vasthouden aan de goudstandaard. President Franklin D. Roosevelt schorste deze in april 1933 (met Executive Order 6102 in maart/april 1933, en de Gold Reserve Act in 1934).
Dit hield in dat particulieren geen goud meer mochten houden en dat de dollar werd gedevalueerd (van $20,67 naar $35 per ounce goud)

Frank Elderson (DNB) is aanvoerder
Van Goudstandaard naar Carbon Standard
Toen de VS in 1971 de Goudstandaard opnieuw losliet, gebeurde dat niet enkel nationaal meer, maar voor de hele wereld. Toen kon je als buitenlander je dollar dus niet meer inwisselen voor goud. Binnenlands kon dat al sinds 1933 meer. De QTM en het monetarisme (met Friedmans regel) vormen nu de mainstream-beschrijving van waarom geldhoeveelheid in een fiat-stelsel moet meegroeien met de economie.
Critici (bijv. uit de Oostenrijkse school of post-Keynesiaanse hoek) betogen juist dat geldcreatie geen groei creëert, maar slechts herverdeling of inflatie veroorzaakt. Daartoe behoren ook de vrijemarkt-voorvechters van het Adam Smith Institute.
Die schrijven:
Monetarists such as Noble Prize-winning economist Milton Friedman have long argued about the importance of curbing inflation but more generally, government inflation has greater ‘unseen’ effects which are ignored.
While Friedman argued that money is ‘neutral’ (meaning an increase in money supply won’t actually change the amount of resources in the economy in the long run), in the short run, inflation as a policy tool has far-reaching socioeconomic effects.
It favours time-responsive actors such as investors rather than wage earners who will feel the effects of the increased money supply in the end. It would impose “forced savings” and lower real incomes on those whose income was not changed due to monetary inflation, possibly leading to unemployment.
Watermerk door Afke Smit, zelfde rivier de Salm, nu na zware regenval…
Cantillion wrote:
“The river, which runs and winds about in its bed, will not flow with double the speed when the amount of water is doubled.” (Omloopsnelheid! RZ)
Inflation is not simply an average rise in prices. Prices do not rise proportionally or simultaneously. This results in arbitrary benefit to some who have not created any economic value and detriment to others who have not destroyed anything of economic value by destroying savings for example. This is the Cantillion effect.
Met de invoering van CO2 als extra currency via cap and trade ( = 2 graden doel voor 2050), kan het systeem van geldcreatie dus verder uitbreiden zonder dat dit zo wordt genoemd. Ze moeten de inflatie op een vast peil houden, de heilige 2 procent. Die inflatie is heilig in een systeem met geldcreatie uit niets. Omdat Deflatie, geld dat meer waard wordt ongunstig is voor banken.
Tegelijk kunnen Centrale Banken hun heilige taak om banken overeind te houden voortzetten, door alle risico van klimaatbeleid af te schuiven op Jan Publiek. Net als hoe ze dat deden in 2008, en weer tijdens 2020-22, door biljoenen euro’s bij te drukken. Waar de banken vooraan mochten staan, dikken winsten cashen. Terwijl je nu voor een biertje in de kroeg al vijf euro moet betalen, en je energierekening door het plafond gaat dankzij klimaatbelastingen.
Alles voor Global Banking
- Ondersteun mijn verdere onderzoek en deze snelcursus monetaire beleid met een bijdrage, anders kan ik er niet zo diep in duiken. En ik wil jullie geen rotzooi leveren, maar alleen De Waarheid zo helpe mij god almachtig.
