
Het Anfiteatro plein
Heb je het in de Middeleeuws-Italiaanse wereld gemaakt als zakenfamilie? Dan bouw je een toren in je wijk, en hoe groter de toren is hoe meer macht die uitstraalt. In het stadje Lucca staan er nog zeventien overeind, met als meest gefotografeerde toren de Guinigi toren. De handelsfamilie plantte steeneiken (Quercus ilex) op de top van de toren. Dat zijn mediterrane altijd groen blijvende eiken die je nog steeds bovenop de toren ziet groeien.

Hoe groter je toren, hoe….
Lucca voldoet aan alle clichés over Italiaanse stadjes in positieve zin, filmdecor waardig. Het oude gedeelte is omgeven door een verdedigingswal, en er komt weinig autoverkeer binnen. Je komt deze culturele baarmoeder van Europa binnen via één van de vijf stadspoorten.

Zicht op de Guigni toren met de steeneiken op de top, zichtbaar op iedere toerisme-folder van Lucca
Wij ’treffen’ hier een warmer dan normale nazomer met temperaturen boven de dertig. Maar doordat je in een labyrinth van nauwe straatjes loopt- met overal winkels voor moeder de vrouw- heb je meestal schaduw om je heen.

Iedere kathedraal is een kunstwerk
Al gauw kom je weer op een romantisch pleintje met als uitschieter natuurlijk het Anfiteatro-plein. Een plein dat als fundament het oude Romeinse circus heeft dat in de tweede eeuw werd gebouwd. Daar kun je lekker bier drinken en pizza eten.

Wijn, kaas en ham, de basis van deli in Lucca
Vergeleken met Frankrijk, Griekenland en Spanje maar ook Sicilië is alles relatief goed onderhouden in Lucca. Continue rijden er veegwagentjes met vrouwelijk personeel die de straten schoon houden.
Het leven is er ook aan de prijs, maar dan krijg je wel een visitekaartje mee van de bakermat van de Europese beschaving.
Alle kanonnen van de hoog middeleeuwse en renaissance kunst komen uit deze streek. Alle kathedralen en hun façades zijn een visitekaartje van hoge bouwkunst. Alles uit een tijd in de Hoge Middeleeuwen, toen deze steden als stadsstaatjes uitgroeiden tot handelsimperia.

De verdedigingswal rond Lucca
Met als domper op de feestvreugde de Pestepidemie van 1347 die in Toscaanse steden als Siena TWEEDERDE (…) van de bevolking uitroeide. Maar daarna gingen ze weer verder met de wereld mooier maken, nog pompeuzer religieuze kunstwerken. Al hadden ze ook kunnen denken ‘een God die ons zo ongenadig uitroeit, willen wij die nog eren’…Ze deden er juist een tandje bij op.
Ondergetekende was hier nog nooit eerder geweest, en moet gewoon erkennen: Toscane, dat moet je gezien hebben. Zodra je de eerste cypressen langs een landweg ziet ga je juichen, al hebben we die klassieke Toscaanse agro-landschappen nog niet gezien. Wij zitten in het noord-westelijke bergachtiger deel.

Italiaanse onderbroekenlol is altijd nog een verwijzing naar de hoogste beeldhouwkunst ooit in Europa
Dit is het cultuur- en natuurhistorisch hoogtepunt van Europa. Zelfs de onderbroekenlol is dan nog altijd een verwijzing naar de David van Michelangelo. Beter dan dit wordt het niet.
Normaliter zijn we niet zo van de stadjes, laat staan winkeltjes. Nog steeds heeft Afke moeite om mij daar naar binnen te lokken, al zal het er natuurlijk van moeten komen, de kadootjes. Maar alles ademt finesse, aandacht voor stijl en schoonheid. In de hoge Middeleeuwen wisten mensen hun pas vergaarde rijkdom nog om te zetten in tijdloze schoonheid, waar wij dik zes eeuwen later nog van achterover slaan.
Wat mensen anno nu met vergaarde welvaart zouden doen, dat wil niemand nog ook maar tien jaar later zien. Alsof mensen in de Middeleeuwen beschaafder waren dan wij nu.