God geeft toe dat hij fout zat…

Windesheim, het gerestaureerde landhuis

Op de zondag geen profane boodschappen uit De Abdij, maar een schriftlezing uit de antieke Statenbijbel. En wel het besluit van de Job-cyclus met bijbelse biodiversiteit aan Jurassic Park gelijk: de Behemoth en de Leviathan, voorzien van foto’s van landgoed Windesheim aan de IJssel tussen Zwolle en Deventer.

Daar in het voormalige klooster Windesheim werd de eerste Bijbel vanuit het Latijn (de Vulgaat) in het Nederlands vertaald door de Windesheimer orde, waar oa Thomas a Kempis bij hoorde.

In het Job- verhaal laat God zich tot een weddenschap met satan verleiden om zijn oogappeltje Job. Volgens de duivel zou Job vanzelf ophouden met vroom zijn, wanneer hij al zijn lijf en goed maar verliest. 

Jobstijdingen…

Job vat zijn lijden sportief op, maar heeft een breekpunt
Nou, hoe herkenbaar is die inzet van satan bij de weddenschap.

Uw Rechtse Hippie hoeft zijn hoofd maar te stoten aan de zelfde steen als de vorige 10 keer, en dan is het al G^&*d&!!!! Laat staan dat je al je bezit en je kinderen verliest, en ook nog zweren op je gezicht krijgt. Wie de Schepper van het heelal dan nog een positieve recensie geeft over ’t wereldbestuur, die moet wel van zeer vrome huize komen. Of ‘onthecht zijn’ zoals dat op zijn oosters heet.

Want God geeft satan de vrije hand, Job verliest alles tot zijn gezondheid aan toe, ontvangt de ene ‘Jobstijding’ na de ander.

Vat Job het verlies van zijn kinderen nog sportief op (de Heer geeft en neemt, de Heer zij geprezen & zouden wij het goede nemen en niet ook het kwade)…Wanneer zijn gezondheid ’t begeeft, dan weet ook Job ’t niet meer en wil hij ’t liefste niet geboren zijn. Zo denk je zelf toch ook. Mocht ik door een hersenbloeding verlamd raken, invalide of spraak verliezen, dan denk je toch ook ‘nou leg mij maar om’.

Bij een griepje krijgt dit huis al medelijden met zichzelf.

Aardig optrekje

Vervolgens komen Job zijn drie vrienden bij hem rouwen, ze proberen hem te troosten maar ook te vermanen. Zal hij ’t toch niet aan zichzelf te danken hebben? Is het niet een rechtvaardig besluit van God? Alsof God ’t nodig heeft dat mensen ’t voor ‘m opnemen.

Maar Job kan bij zichzelf niks vinden dat tot zo’n noodlot aanleiding geeft. En na zich eerst luid over zijn lot te beklagen, gaat hij dan in de verdediging bij God: ‘ik heb niets misdaan’….tot hoofdstuk 31 besluit ‘De woorden Jobs hebben een einde’. Hoofdstuk 32 begint dan met ‘Toen hielden de drie mannen op van Job te antwoorden, dewijl hij in zijne oogen rechtvaardig was.’

Met de obligate Diana, de jachtgodin

Tot hoofdstuk 38 gaat zijn vriend Elihu door met Job vertellen dat hij zichzelf niet tegenover God kan rechtvaardigen, de schepper van ’t heelal. En dan plots in hoofdstuk 38 mengt God zelf zich ‘vanuit een onweder’ in de discussie.

‘Wie is hij die den raad verduistert met woorden zonder wetenschap? Gord nu als een man uwe lendenen, zoo zal Ik u vragen en onderricht mij

Hoofdstuk 40 opent op een zelfde wijze, nadat Job al concludeert dat hij tegen God niet op kan met ‘Zie ik ben te gering; wat zoude ik U antwoorden’:

EN de Heere antwoordde Job uit een onweder en zeide: Gord nu als een man uwe lendenen: Ik zal u vragen en onderricht Mij. Zult gij mijn oordeel teniet maken, zult gij Mij verdoemen, opdat gij rechtvaardig zijt? Hebt gij eenen arm gelijk God? En kunt gij gelijk Hij met de stem donderen?

Ook een wonderlijke passage. Vier hoofdstukken lang schept de Schepper dan op over zijn Schepping, met de wedervraag aan Job: ben jij hiertoe in staat? We interpreteerden dat antwoord als een bot ‘Job, hou je Kop’, als antwoord op het lot hem door een dobbelende God aangedaan. En zo zijn we in zevenmijlslaarzen door de vorige afleveringen gewandeld.

Zwitserse Schwarznase, die had je mogelijk ook nog nooit eerder gezien. Hij bestaat wel…

Behemoth en Leviathan, niet door de wetenschap beschreven biodiversiteit
De passage uit de Bijbel die in die 4 hoofdstukken het meeste invloed had op de politieke geschiedenis van het moderne Westen is die over de Leviathan. Die behandelen we hier vandaag nieuw. Een monsterachtig beest, ergens tussen een draak en een walvis. Dat laat God voorafgaan aan de beschrijving van een ander – niet door de wetenschap beschreven- stukje biodiversiteit. De Behemoth.

(40:10-19)

Zie nu, de behemoth, welken Ik gemaakt heb nevens u, hij eet hooi gelijk een rund. Zie toch zijne kracht is in zijne lendenen, en zijne macht in de navel zijns buiks. Als het hem lust, zijn staart is als een ceder, de zenuwen zijner schaamte zijn doorvlochten. Zijne beenderen zijn als vast koper, zijne gebeenten zijn als ijzeren handboomen.

Hij is een hoofdstuk der wegen Gods: de hem gemaakt heeft, heeft hem zijn zwaard aangehecht. Omdat de bergen hem voeder voortbrengen, daarom spelen alle de dieren des velds daar. Onder schaduwachtige boomen ligt hij neder, in eene schuilplaats des riets en des slijks.

De schaduwachtige boomen bedekken hem, eelkeen met zijne schaduw, de beekwilgen omringen hem. Zie, hij doet de rivier geweld aan, en verhaast zich niet; hij vertrouwt dat hij den Jordaan in zijnen mond zoude kunnen intrekken. Zoude men hem voor zijne oogen kunnen vangen? Zoude men hem met strikken de neus kunnen doorboren?

Zo mooi is de natuur niet, een vleesvlieg legt eitjes in een open stuk hoorn van de ram

Het klinkt alsof Jurassic Park bij Job naast de Hof van Eden ligt, tweede afslag rechts.

In de categorie ‘De Schepper als Opschepper’ vervolgt God vanaf vers 20 dan met zijn beschrijving van De Leviathan. Dat monster kreeg een seculiere invulling dankzij Thomas Hobbes in 1651. Leviathan is zijn metafoor voor de almachtige en soevereine Staat, die moet voorkomen dat mensen elkaar te lijf gaan, daar waar mensen een wolf zijn voor andere mensen.

Vanuit een uitsluitend negatief mensbeeld claimt De Staat haar Almacht

In zijn tijd na de Engelse burgeroorlog een begrijpelijke constatering en metafoor. Wat zegt God zelf over die Leviathan? Wel, dat is wel het meest ontzagwekkende beest ooit beschreven:

(24-27)

Zult gij den leviathan met den angel trekken, of zijne tong met een koord dat gij laat nederzinken. Zult gij hem eene bies in den neus leggen, of met een doorn zijne kaak doorboren. Zal hij aan u vele smeekingen maken? Zal hij zachtkens tot u spreken? Zal hij een verbond met u maken? Zult gij hem aannemen tot een eeuwigen slaaf?

Zult gij met hem spelen gelijk met een vogeltje, of zulg gij hem binden voor uwe jonge dochteren? Zullen de metgezellen over hem een maaltijd bereiden? Zullen zij hem deelen onder de kooplieden? Zult gij zijne huid met haken vullen of met een visschersharpoen zijn hoofd? Leg uwe hand op hem, gedenk des strijds, doe het niet meer.

De Leviathan volgens Gustave Dore

Dan pocht God verder:

Niemand is zoo koen, dat hij hem opwekken zoude: wie is dan hij die zich voor mijn aangezicht stellen zoude? Wie is Mij voorgekomen, dat Ik hem zoude vergelden?  Wat onder den ganschen hemel is, is mijn.

Dan hoor je nog net niet een kwaadaardig galmend ‘hoh hoh hoh hoh‘…. Vervolgens krijgen we een aanvullende beschrijving van Leviathan, die ’t ergens tussen een draak en dino houdt:

Wie zoude de deuren zijns aangezichts opendoen? Rondom zijne tanden is verschrikking. Zeer uitnemend zijn zijne sterke schilden, elkeen gesloten als een nauwdrukkend zegel. Het eene is zo na aan het andere, dat de wind daar niet tusschen kan komen. Zij kleven aan elkander, zij vatten zich samen dat zij zich niet scheiden.

Elkeen zijner niezingen doet een licht schijnen, en zijne oogen zijn als de oogleden des dageraads. Uit zijne mond gaan fakkelen, vurige vonken spatten er uit. Uit zijne neusgaten komt rook voort, als uit eenen ziedenden pot en ruimen ketel.

Zijn adem zou kolen doen vlammen, en eene vlam kot uit zijnen mond voort.

Landgoed Windesheim

Dus Sint Joris en de draak die hij versloeg, dat zal op z’n best dan ’t kleine neefje van Leviathan zijn geweest, want ‘raakt hem iemand met ’t zwaard, dat zal niet bestaan, spies schicht of pantser’, en aldus:

Op de aarde is niets met hem te vegelijken, die gemaakt is om zonder schrik te wezen. Hij ziet alles aan wat hoog is, hij is een Koning over alle jonge hoogmoedigen.

Hoofdstuk 42 antwoord Job dan aan God, hij heeft berouw voor zijn zelfrechtvaardiging:

Ik weet dat Gij alles vermoogt, en dat geen van uwe gedachten kan afgesneden worden. Wie is hij, zegt Gij, die den raad verbergt zonder wetenschap? Zoo heb ik dan verhaald hetgeen ik niet verstond, dingen die voor mij te wonderbaarlijk waren, die ik niet wist.

Hoor toch, en ik zal spreken; ik zal U vragen en onderricht Gij mij. Met het gehoor van het oor heb ik U gehoord, maar nu ziet U mijn oog. Daarom verfoei ik mij, en ik heb berouw in stof en asch.

Machtige oude eik

En dat was precies wat God nu wilde horen. Maar die vrienden van Job die ’t voor God wilden opnemen, daar heeft God ’t juist helemaal niet op.

Hij is boos op ze, want ‘gij hebt niet recht van mij gesproken, gelijk als mijn knecht Job’. Pas wanneer Job wat dieren voor God in de brand steekt (zeven varren en rammen) om hem te sussen, dan zal God ‘aan ulieden niet doen  naar uwe dwaasheid; want gijlieden hebt niet recht van mij gesproken gelijk mijn knecht Job.’

Wat een bizar verhaal kortom. Het cliche-beeld van God als wispelturige potentaat bevestigd. En dat opscheppen over je Schepping tussen wat sprookjesdieren in. Je moet wel gek zijn om daarin te (willen) geloven.

Maar het venijn zit in de staart. God erkent zelf dat hij fout zat, letterlijk ‘kwaad gedaan’ had. De fout van Job zijn vrienden was dus: zij hadden ’t niet voor God op moeten nemen, want God zat hier zelf fout. Zijn vrienden meenden ook beter dan God te zijn.

Oude boerderij

Het besluit stelt (42:10)

En de Heere wendde de gevangenis van Job, toen hij gebeden had voor zijne vrienden, en de Heere vermeerderde al hetgeen Job gehad had, tot dubbel zoveel.

Wie de bijbelse straf voor een dief kent, die kan hier lezen dat God erkent dat hij een dief was van Job. Want iemand die iets steelt, moet dat tweemaal zoveel vergoeden. Vers 42:11 is al even wonderlijk:

Ook kwamen tot hem alle zijne broeders en alle zijne zusters, en alen die hem te voren gekend hadden, en aten brood met hem in zijn huis, EN BEKLAAGDEN HEM EN VERTROOSTEN HEM OVER AL HET KWAAD DAT DE HEERE OVER HEM GEBRACHT HAD

Het landgoed

Als Job dan uiteindelijk in vers 17 ‘oud en der dagen zat’ sterft, heeft God als genoegdoening zeven nieuwe zonen en drie dochteren gegeven. En hij mag 140 jaar verder leven om vier rondes nageslacht te zien opgroeien. En bij foto’s van Landgoed Windesheim, waar in het klooster de eerste Bijbel vanuit het Latijn in het Nederlands werd vertaald sluiten we Job dan af..

Vogelkijkhut op landgoed Windesheim

God uit de Westerse traditie verschilt dus hemelsbreed van de oosterse opvatting. Hij erkent Goed en Kwaad, is een vaderfiguur waarmee je argumenten kunt uitwisselen. Een Persoon die los van de natuur bestaat, en die naar zijn ‘knecht’ en zonen dus zijn fouten toegeeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *