
De literatuur voor vandaag
Wat levert het uitstoten van CO2 via goedkope efficiënte energiebronnen ons op? Econoom Richard Tol (Universiteit van Sussex, Vrije Universiteit) maakte een geleerde schatting van ‘Private Benefit’ of Carbon, per land en energiebron (kolen, gas, olie, elektriciteit opgewekt met voornoemde bronnen) die ze gebruiken.
Die komt dan op een mondiaal gemiddeld privaat voordeel van 411 dollar per ton CO2 bij 2010-dollars. Die uitkomst is gebaseerd op energiedata van 66 landen die 57 procent van de mondiale fossiele energie en elektriciteit consumeren.
Dat voordeel is aanmerkelijk hoger dan de nu gebruikte 10-100 dollar ‘onkosten’ in theoretische klimaatschade – social cost of carbon- voor een ton CO2 van William Nordhaus en navolgers. Hun geleerde schattingen staan bekend als Pigouviaanse belasting.

Nordhaus komt hier bij 2010-dollars op een Social Cost of Carbon tussen 30 en 40 dollar in 2017
Winst weegt op tegen verlies inkomen (marginale waarde)
Energieprijzen gelinkt aan CO2-uitstoot vertegenwoordigen volgens de econoom ‘marginale’ waarden. Wat houdt dat economenjargon in? Dat wat je bereid bent te betalen voor energie omdat het je al die voordelen geeft. Dus de prijs reflecteert een marktwaarde, en dus ook een privaat voordeel voor de consument. We citeren zijn publicatie:
In an undistorted market, with rational and well-informed consumers and producers, the price of a good equals its marginal value (Mankiw, 2014).
We are only prepared to buy something if the welfare gain of getting it is greater than the welfare loss of giving up part of our income and thus the opportunity to buy something else.
Vice versa, we are only prepared to sell something if the price we get exceeds the loss we suffer from no longer owning it – for instance because the money gained allows us to buy something we appreciate better. The price of energy is thus a measure of the marginal value of energy – or rather of the services delivered by energy, such as warmth, cooked food, mobility and communication.

Waterzwangere wolken: zijn de wolken ‘beschadigd’ door CO2? Nee
De Social Cost of Carbon is de prijs die je bereid bent te betalen voor een computerprojectie van theoretische klimaatverandering in het jaar tjoempapa. Volgens Tol zou dit concept ook een ‘marginale’ waarde vertegenwoordigen. En dus kun je beide vergelijken:
The social cost of carbon is the damage done by emitting an additional tonne of carbon dioxide (Tol, 2011). Technically, the social cost of carbon is the net present value of the incremental future impact of climate due to a small change in emissions today. Like the price of energy, the social cost of carbon is a marginal concept – and the two are directly comparable.
Het punt is hier natuurlijk dat je nergens enige schade kunt zien van CO2-‘uitstoot’. Ook niet in het weer. Het was altijd al kutweer in Nederland, en als je nu ander kutweer krijgt is het nog steeds kutweer. Klimaatverandering is nog geen klimaatschade per sé in een dynamisch systeem als ‘het klimaat’ en de natuur als geheel

Donderwolken boven Groningen
Pigouviaanse belastingen
Het door Nordhaus in 1975 uitgevonden concept (schaduwprijzen, een CO2 belasting als marktcorrectie) is volgens Tol de klimaatincarnatie van de Pigou-tax uit 1920. Daar had ik nog nooit van gehoord. Maar de Britse econoom Arthur Cecil Pigou is de uitvinder van de zogenaamde ‘externalities’, dat je aan onbedoelde zij-effecten van een activiteit een belasting hangt. Die staan bij economen bekend als Pigouviaanse belastingen, gepresenteerd als ‘prijscorrecties’.
Het zijn kortom belastingen voor social engineering door ambtenarij. Denk aan accijns op bier, tabak, de in 1995 ingevoerde Energiebelasting (een klimaatbelasting) en voorstellen voor een vleestax. In de praktijk monden zulke belastingen uit tot onmisbare melkkoeien voor overheden met een permanent gat in de hand.
Daar hoort dus ook de CO2-tax bij, die in 1975 door Nordhaus werd bedacht voor het Sovjet-Amerikaanse IIASA-instituut.
Indeed, the social cost of carbon is the climate incarnation of the Pigou tax (Pigou, 1920), which is conceptualized as the price correction needed, through a levy, so that private incentives (as measured by the price) are aligned with social objectives (as measured by Pigou tax)
Maar daar tegenover staat dus de marktwaarde die efficiënte energiebronnen vertegenwoordigen voor consumenten. Dus alle voordelen die het uitstoten van een ton CO2 meebrengen, en wat je bereid bent om daarvoor te betalen. Daarvoor geeft Tol in zijn publicatie een geleerde schatting, die je in onderstaande tabel kunt naslaan. Tol koppelde data van energiegebruik en prijzen aan de emissiefactor.

Uit de publicatie van Tol
Vals concreet
Zo kwam hij tot zijn geleerde schatting van een ‘private benefit’ of carbon, die de schattingen van nadelen (social cost) ver overtreft. Het misleidende van social cost of carbon- en eigenlijk van alle econometrische modellen- is dat je iets ‘objectief’ laat lijken, dat in hoge mate afhankelijk is van persoonlijke keuzes, geloof en lokale omstandigheden.
Ondergetekende heeft nul euro last van ‘klimaatverandering’, tenzij je de TV aanzet en het NOS journaal kijkt.
Maar iemand die compleet door de media en haar favoriete politici is geïndoctrineerd kan denken ‘ik wil graag betalen voor een ton gebakken lucht voor toekomstige generaties’. Dat subjectieve element van ‘objectief’ ogende ‘waarden’ is ook de algemene kritiek op Pigouviaanse belastingen, zo heb ik geleerd van Wikipedia. Maar eigenlijk gaat dat op voor alle economische ‘wetenschap’.
Het is sociale wetenschap die door econometrie en veel complexe wiskunde het aura van natuurwetenschap moest krijgen. Dat begon bij de eerste Nobelprijs voor Economie aan Jan Tinbergen, een econometrist. Zo krijgen politiek getinte besluiten het aura van wetenschappelijke en technische noodzaak, verpakt in een zwarte doos van modelberekeningen waar 99,99 procent van de mensheid niets van begrijpt. Zodat ze denken ‘als ik het niet begrijp is het vast heel complex en zal het wel waar zijn’.
Dus dat je er geen vragen over durft te stellen omdat je dan heel dom lijkt. Terwijl je juist dom bent wanneer je geen vragen durft te stellen. Goede economen zijn zich altijd goed bewust van het subjectieve element, en die vermelden dat dan ook altijd in hun werk. Dat doet Tol hier ook.
- Waardeer Interessante Tijden, ons onderzoek naar CO2 als waardepapier in een op schuld (negatief kapitaal) gebaseerd geldstelsel
Het grote probleem is natuurlijk dat je een primaire levensbehoefte (warmte) en een middel om inkomen te verwerven (vervoer) kunstmatig duur gaat maken en het zo voor mensen met lagere inkomens uit de markt prijst. Terwijl bodemschatten een algemeen goed zijn en openbaar vervoer al eens door de belastingbetaler is betaald.