Het Leven, een Poel van Ellende

Zicht op Foudgum, waar Francois Haverschmidt (Piet Paaltjens) ooit predikant was

Leven is een cursus ‘omgaan met teleurstelling’ die op het laatste moment wordt afgezegd.

Daarom bij Weltschmerz- letterlijk ‘lijden aan de wereld’- vandaag mijn boekbespreking van Piet Paaltjens (François Haverschmidt)- de zwartgallige predikant in het Friese Foudgum.

Zijn bundel Snikken en Grimlachjes is één van de weinige negentiende eeuwse Romantische werken die ook vandaag nog een grimlachje op je mond krijgt. De zelfspot en weemoed verenigd in Het Leven als ‘ziekte ten dode.’ (Søren Kierkegaard)

Zo draag ik in de uitzending ‘De Friesche Poëet’ voor:

De Harlinger stoomboot schommelt
Over de Zuiderzee
Van Stavoren naar Enkhuizen.
Een dichter schommelt mee.

Kwijnend rust op de verschansing
De zangrige elleboog.
Glazig staart naar Friesland
Het bleekblauw poëtenoog.

Soms is ’t of een klaaglied
De schampre lippen ontstijgt.
De hofmeester denkt, dat mijnheer dan
Een aanval van zeeziekte krijgt.

Och, de hofmeester is niet onmooglijk
Een mensch met een edel hart,
Maar, al meent hij het goed, hij heeft geen
Verstand van dichterssmart.

En ik denk, dat is maar goed ook;
Want kende de man die pijn,
Hoe zou hij nog voor de betrekking
Van hofmeester bruikbaar zijn? –

Foudgum, waar zelfmoord-predikant Francois Haverschmidt (‘Piet Paaltjens’) op kansel stond

“Vaarwel!” ruischt het van de verschansing
Naar het langzaam wegblauwend strand,
“Vaarwel! mijn diepverbasterd,
En toch mijn vaderland!

Wat al waatren rolden grimmig
Uw vernederde terpen voorbij,
Sinds in eigen taal uw kindren
Konden zeggen “wij, Friezen, zijn vrij!”

Naar ploeg en koestal vluchtte
Uw taal, eenmaal Holland’s schrik,
Om uw steden te zien verzinken
In allerlei vreemde kwik.

Uw adel ligt op sterven;
Dat prachtig, koppig ras,
Dat, om voor een koning te buigen,
Te stijf eens van knieën was.

Begraafplaats Foudgum. Hoe ‘fout’ wil je het hebben…

En begraven zijn ze op een paar na
Uw dochters van edel bloed
Met het oorijzer om den schedel
En de schaatsen onder den voet.

Friesche jonkers solliciteeren
Om een postjen als ambtenaar
En nemen zich tot vrouwen
Friezinnen — met los haar!”

Een ontzaglijk-hoonende tandknars
Bezegelt het slotakkoord,
En “help!” gilt de man aan het stuurrad,
“Een passagier overboord!”

Te laat! de poëet is verdwenen
In de diepte van ’t dansend meer.
Slechts zijn pet vindt men acht dagen later
Op de kust van Wieringen weer.

Het Zadeldakje van Longerhouw, hoe Romantisch wil je?

In dat gedicht zit alles dat er over De Friezen al in de negentiende eeuw gezegd kon worden. Zie ook deze reportage uit 2018 alweer, de eerste fotoschetsen van het Friese kleiland als “Romantiek voor Gevorderden.”

Ze hadden een gouden toekomst achter zich, overvleugeld door Holland, met hun stadjes in economisch verval. Jacob van Lennep zou er in 1823 nog als student doorwandelen, en de zelfde observaties over ‘De Friezen’ doen, die je ook vandaag de dag nog kunt doen.

De neiging bij de oude generatie om alles met een woordenschat groter dan een koe neer te willen halen (Hai siltjir wol euven fertelje), met als tragischer evenknie: voorop willen lopen in meelopen, in de hoop door ‘De Randstad’ gerespecteerd te zijn.

Die wonderlijke mix van minderwaardigheid en grootheidswaan, en iets bij voorbaat geen kans willen geven. Wat een prachtig oervolk zijn wij Friezen toch.

Ook als je van (Friese) adel bent kan je grafsteen verhuizen

Je moet de realiteit niet objectief willen benaderen. Want het naakte bestaan is als de keizer zonder kleren. Daarom weef je een verhaal rond die ‘werkelijkheid’ dat je aanspreekt en waarin je misschien nog een klein heldenrolletje kunt vervullen. Terwijl je diep van binnen ook wel weet wat voor schutter je werkelijk was en bent.

Niet de wijsneus die zegt ‘de keizer heeft geen kleren aan’ is de slimmerik. Die is juist hartstikke stom. Want ‘het spel meespelen’ is noodzakelijk, zoals witte leugens de smeerolie zijn van het sociale verkeer. Zo dien je ook een verhaal rond jezelf te weven, als opgedirkte drol die vroeg of laat in z’n graf afdaalt, als bron van teleurstelling voor anderen.

Friezin bij It Reade Klif

Het vermoorden van de Verbeelding is de opmaat tot nihilisme en voor je het weet word je of zuurpruim die een rondedans maakt bij het zwarte gat van de eigen navelstreek…of een Waardenloze, aka ‘liberaal’…Of een angstvallig ‘gelovige’ die agressief wordt van mensen die de innerlijke twijfel tot leven brengen.

Ach, iedereen worstelt en komt boven, voor deze definitief ten onder gaat.

Je kunt niets zeker weten. Maar ik geloof ik geloof ik geloof in Jou en Mij. Mijn lief Afke doet ook alles om de wereld om haar heen mooier te maken, mensen om haar heen. Het mooiste dat ik in het Friese Leven vond, kwam van buiten. Zo heb je misschien ook mensen van buiten nodig om te leren waarderen wat je zelf niet (meer) zag.

Lezing in Baard op 3 Mei over de Oer-Friezen

In mijn hoofdwerk ‘Liever dood dan Slaaf, Een Pelgrimstocht door de Friese Natuur op zoek naar Vrijheid’ zit die zoektocht naar de Ziel, Wortels, dat oergevoel dat ‘God’ wordt in hoofdstuk vier ‘Waar God Woont’, de Ziel in dat eeuwige zeekleiland, die moddervlakte met de oceaan er boven overwaaiend in de wolken.

Afke staat er voorop, als Ophelia tussen de Pompeblêden. Zij is het beste dat me overkwam, geheel onverdiend aangereikt, in de afrondingsfase van het fotoproject. Ook rond elkaar weef je een Verhaal, dat je samen wilt herlezen.

Toen Afke en ik elkaar ontmoetten sprak ondergetekende nog met Haarlemmer tongval, als permanent toerist op eigen geboortegrond.

Zaterdagavond op It Klif, Frijsia blaast Friese legendes nieuw leven in

Met de juiste associaties bij ‘Friesland’ wil je vervolgens ook de taal spreken, waar je eerder 45 jaar lang weigerde dat te doen.

Dat lompige boerse koeterwaals, zo dacht je eerder, subsidie-Fries alsof je meer ‘Fries’ bent wanneer je aquaduct met een ‘k’ schrijft, de taal van bejaarden, stiekeme gereformeerden en laag opgeleiden, mensen die wel óver je praten en een oordeel hebben, maar niet mét je. Dat intellectueel minimalisme, lompige, bekrompene, dat vroegtijdige vermoorden van ieder enthousiasme, of dat wat anders is dan ‘je gewend bent’.

Terwijl de grens tussen gewenning en afstomping zo flinterdun kan zijn.

Optreden met Jan Ott, legendes uit Oera Linda hervertellen

Provincialisme heeft nog nooit geïnspireerd in dit stukje Gazastrook aan het subsidie-infuus van Den Haag. Die achterbakse misgunners, die wel in kleding met Engelse opdruk lopen maar bij je boek klagen ‘Wêrom is’t net yn it Friieeeeesss’, alsof die onderhuidse revanchisten je dan wél iets zouden gunnen.

Maar dat de Friezen al door Dante in Divina Commedia werden geroemd, dat ze de proto-Vikingen van de Zuidelijke Noordzee waren, dat de Noordzee Mare Frisicum werd genoemd, dat het Friese Rijk tot Denemarken reikte, dat onze voorouders met de Denen handelden in Haithabu, dat de Oera Linda als mysterieus en verguisd manuscript bestaat- nu door Jan Ott uit de vergetelheid als ‘vervalsing’ door Haverschmidt, Verwijs en Over de Linden- gehaald van het archief van Tresoar.

Er wordt weer StrijdT geleverd

Op 3 mei in Café De Kater in Baard geef ik daar een fotolezing over.

Er hoeft hier niets te ‘veranderen’, hooguit te ontwaken wat door de eeuwen is blijven sluimeren, aangevuld met een Idee hoe dat nog mooier kon zijn. En daarbij drink je lekker eigen bier, StrijdT, dat je hieronder ook kunt bestellen in onze webwinkel. Linn van De Kater schenkt ook StrijdT…

  • Bezoek ook de webwinkel ‘Liever dood dan Slaaf‘, vernoemd naar de Mentaliteit die aan de taal vooraf moet gaan

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *