Wetenschappelijke Doodzonde NIOZ basis Kokkel-arrest (2004)

Lange termijn-effecten ( 8 jaar) die je door kersenplukken ‘vindt’, terwijl enkel korte termijn (3 jr of minder) effecten optraden

Dankzij 2 NIOZ-onderzoekers hun publicatie in het Journal of Sea Research (2018) blijkt dat Theunis Piersma in 2001 een wetenschappelijke doodzonde beging, om kokkelvisserij in de beklaagdenbank te zetten. Die doodzonde- kersenplukken bij data- had grote juridische gevolgen met het Kokkelarrest (toepassing Habitatrichtlijn 6:3) die tot vandaag doorwerken bij boeren en vissers.

Ook de financiele gevolgen waren enorm. Zo kostte uitkoop van kokkelvisserij 130 miljoen euro Waddenfondsgeld.

Nadat met vergelijkbare procedures de mosselvisserij door milieuclubs was aangepakt (2008), moesten Zeeuwse mosselaars in 10 jaar tijd al 125 miljoen euro investeren in duur onderzoek (voor Passende Beoordeling die volgt uit Habitatrichtlijn artikel 6:3) en ‘verduurzaming’. 

Samen met voorzorgprincipe ben je vervolgens altijd weg, tenzij je overheid heet…

LONG TERM/Significant
Het gaat om de volgende studie die Piersma publiceerde in het Journal of Applied Ecology (2001), waarbij de term ‘Lange termijn gevolgen’ tot juridische consequenties leidde via het Kokkelarrest van 2004. In die tijd trad sterfte op van de reeds besproken eidereenden. Milieuclubs weten die sterfte (ten onrechte naar nu blijkt) aan de schelpdiervisserij. De eenden waren en zijn in Denemarken overigens gewoon jachtwild. 

Milieuclubs gebruikten Piersma zijn studies in de rechtszaal voor hun gelijk. Namelijk over de vraag of er SIGNIFICANTE effecten zijn, dus lange termijn gevolgen met schade voor natuurlijke kenmerken.

Want daaruit – lange termijn effecten- volgt namelijk de juridische definitie van ‘significante’ gevolgen van een vergunde activiteit als kokkelvisserij.

Links, een mechanisch kokkelschip, uit de vaart geraakt door Koning Kanoet

Terwijl de Nederlandse overheid (Ministerie LNV) en kokkelvissers ervan uitgingen dat effecten al in korte tijd onzichtbaar zouden zijn. Dus niet significant.

Enkel even jaarlijks kijken hoe ’t met de kokkelstand er voorstond, was voor 2001 afdoende, vond het Ministerie van LNV. Die situatie – ook vanaf 1998 met invoering Natuurbeschermingswet 1998- was voor milieuclubs onbevredigend. Zij hadden een studie nodig die LANGETERMIJN effecten toonde.

De studie van Piersma in 2001 veranderde die opvatting: het woord ‘significant’ dat in de rechtszaal zo’n lading zou krijgen, duikt bij Piersma al op. Plots zou wel 8 jaar lang een negatief effect bestaan op schelpdierbestanden, de hervestiging enz:

Citaat studie, er zou wel 8 jaar lang effect zijn

De mechanische kokkelvisserij vond al decennia plaats, ook in de periode dat scholeksters, kanoetstrandlopers en eidereenden nog stormachtig toenamen. Zij viel al vanaf 1975 onder vergunningplicht om overbevissing te voorkomen. De kokkelstand wisselt van nature enorm, en sommige jaren met weinig jonge aanwas (broedval) visten de kokkelaars helemaal niet.

Met de natuurbeschermingswet 1998 werd de kokkelvisserij jaarlijks vergunningplichtig. In voedselarme jaren moest tenminste 60, later 70% van het schelpdierbestand voor vogels gereserveerd.

Er waren ook al gesloten gebieden ingesteld voor schelpdiervisserij. Maar al die reeds bestaande beperkingen bevielen Vogelbescherming, Waddenvereniging, anti-kraakmiljonair Lenze Hofstee en de vrouw van Theunis Piersma, Petra de Goeij (NIOZ) niet.

De Actiegroep Wilde Kokkels ontstond (nu Stichting Wad). Piersma leverde wetenschappelijke munitie, en de ‘ngo’s’ maakten het vervolgens af in de rechtszaal.

Uw Rechtse Hippie met zijn kenmerkende Zeilmaker-silhouet, hier de kokkelen.,

Piersma plukte kersen voor ‘significant’ effect van 8 jaar…
Nu blijkt die wetenschap van Piersma op een wetenschappelijke doodzonde te rusten, zo toont deze publicatie in Journal of Sea Research van andere NIOZ-onderzoeker Jan Beukema (juli 2018)

Het is op zijn minst bevreemdend dat NIOZ-ecologen Jan Beukema en Rob Dekker pas nu 17 jaar later uit de school klappen. Terwijl zij zelf als co-auteurs bij de studie van Piersma stonden. Niettemin, beter laat dan nooit. Het pensioen zal naderen, en dan worden ecologen vrijpostiger. Ze hoeven geen academische posities en onderzoeks-subsidie meer te vrezen, als ze kritisch zijn.

….

Zij constateren nu dat er helemaal geen visserij-effecten te zien waren. Lage dichtheden in kokkels zijn geen GEVOLG van visserij. Wel krijg je meer visserij bij hoge dichtheden, de vissers VOLGEN (net als de vogels) de van nature sterke fluctuaties in kokkelbestanden:

Recruit densities as estimated in August were relatively low in years of cockle fishing in all of these species. This was so already well before fishing started in September. So these low densities were not an effect of fishery, but of the high cockle abundance that made cockle dredging profitable.

The proportions of recruit numbers estimated in August (just before cockle dredging) that were still present half a year after fishing (in March) were not different between fishing and non-fishing years nor between fished and unfished areas in fishing years.

Gelukkig heeft Piersma van Kanoetstrandlopers meer verstand 🙂

…maar veel lulliger: DE studie blijkt op wetenschappelijk gesjoemel gebaseerd. KERSENPLUKKEN, 1 van de 4 klassieke trucs die ik reeds voor Elsiever Weekblad beschreef (truc 4):

The most extensive study on relationships between cockle fishery and bivalve recruitment is the one by Piersma et al. (2001). Unfortunately, they did not estimate bivalve recruitment in the cockle-fished area in the year immediately following the fishing year (1988).

In all 3 species, the first year with a high recruitment success in the fished area occurred in 1991, i.e. almost 3 years after the fishery took place. In cockles this recruitment was then even higher than in the adjacent areas. We think that their conclusion that it takes some 8 years before recruitment reaches its pre-fishing level might be unfounded:

this suggestion for a slow recovery stems from a comparison of recruitments in 1992-1994 with those in 1996-1998 in fished and non fished areas. Without stating a reason, Piersma et al. omitted data from 1989 to 1991 (including high recruitments in 1991) and from 1995 (with extremely low recruitments).

The integrity of science has been steadily destroyed by populists like me 🙂

‘Science Denial’ bij NIOZ/RUG

Oh oohhh, Houston we have a problem... Dus al 3 jaar na bevissing was er in bevist gebied al weer een hoge broedval van kokkels. Maar die werd niet meegeteld. Piersma plukte kersen. En dat selectief shoppen in data, bepaalde de uitkomst van zijn studie:

Rather than giving results for just this one comparison, they should have presented comparisons for several periods within the post-(1988-1998) period.

The then necessary Bonferroni correction would have turned the present just-significant difference into a non-signicant one. Therefore, we doubt whether the recovery of recruitment really took such a long time as the stated about 8 years

De ongeveer 30 handkokkelaars vissen zelden meer op dan 1 procent van het totale bestand dat Imares schat

Dus wat deed Piersma? Hij liet data weg die ‘m niet bevielen, die waarvan schelpdiervisserij geen oorzaak kon zijn. Dan kun je beweren dat het jaaaaren duurt voor de bodem weer geschikt is voor schelpdierherstel.

Terwijl bijvoorbeeld al 3 jaar na bevissing er gebieden waren, waar MEER kokkels zich vestigden dan naastgelegen ONbeviste gebieden. Dus hoe significant zijn significante effecten dan nog?

Uitspraak RvS in Kokkelarrest

Twijfel zaaien door academici voortaan voldoende voor verbod (Kokkelarrest 2004)
Dankzij een door de verenigingen tot behoud van de Waddenvereniging en Vogelbescherming aangespannen rechtszaak tegen De Staat, die kokkelvisserij op het Wad vergunde ontstond het Kokkelarrest van 9 september 2004. Na advies van de Advocaat Generaal J Kokott (9 januari 2014), oordeelde de Raad van State op 7 september in het befaamde Kokkelarrest:

  • a. dat particulieren (bv Waddenvereniging) zich op de Habitatrichtlijn artikel 6 lid 3 konden beroepen, wanneer zij vinden dat de nationale overheid die onterecht niet toepast op nationaal vergunde activiteiten: Want Advocaat Generaal J Kokott oordeelde 9 januari op verzoek van de Raad van State dat een jaarlijks te vergunnen activiteit steeds als ‘nieuw project’ opgevat kon worden.
  • b. vrijwel iedere studie die twijfel zaait of een activiteit niet tot ‘significante’ invloed leidt moet worden meegewogen in een zogenaamde ‘Passende Beoordeling’. Het voorzorgprincipe kon meer rigide geinterpreteerd. Tegelijk kon het begrip ‘natuurlijke kenmerken’ van een habitat veel ruimer uitgelegd (dus ook bodemsamenstelling telt dan mee)
  • Je bent als natuurgebruiker vervolgens nooit meer zeker van je voortbestaan, wanneer je onder artikel 6:3 valt als ‘nieuw project’.

Dit woord moet je goed in de oren knopen

Kort samengevat in de praktijk, hoef je nu als particuliere aanklager (een milieuclub) enkel verdenking te zaaien met wat academisch geschoolde vrienden, en de door jou aangeklaagde partij staat vantevoren met 10 nul achter.

IN het geval van het kokkelarrest, konden nu ook de bodemkundige uitspattingen van Theunis Piersma als ‘significante gevolgen’ worden aangemerkt. Iets dat de Waddenvereniging ook aandroeg in haar procedure:

Door Waddenvereniging aangedragen…in beoordeling door Advocaat Generaal J Kokott 9 januari 2004

En zie dat dit regelrecht valt te herleiden tot de escapades van Kanoeten-deskundige Piersma als bodemkundige. Theunis heeft werkelijk van ALLES verstand 🙂

….Pas na 8 jaar was het sediment weer zoals ’t was, aldus vogelaar EN bodemkundige/geoloog Piersma in Journal of Applied Ecology

Twijfel en verdenking zaaien op academisch niveau is voortaan genoeg
Het Europese recht kreeg zo in Natura 2000 de boventoon boven de nationale natuurgewoontes en omgang.

Zo werd de deur opengezet naar de eindeloze papieren rompslomp (Passende Beoordeling) waar boeren en vissers nu in leven. Terwijl de overheid met haar procedureprostituees als Pondera via MER iedere uitweg weet te vinden, bijvoorbeeld om windturbine-industrie te realiseren in natuurgebied.

Die strategie – academische verdenking zaaien- passen milieuclubs en hun linkse vrinden ter academie nog steeds toe. Je hoeft als ecoloog niet TE BEWIJZEN dat er SCHADE is. Je hoeft enkel op academisch niveau invloeden te suggereren, en de omkering van bewijslast (voorzorgbeginsel Habitatrichtlijn) samen met Artikel 6.3 van de Habitatrichtlijn garandeert je winst.

Vervolgens kostte de uitkoop van de Mechanische Kokkelvisserij wel 130 miljoen euro Waddenfonds.

De onstuimige Waddenzee met mosselkotter in Harlingen: hebben mosselen ‘rust’ nodig?

Op die zelfde wijze werden in 2008 de mosselvissers door de Waddenvereniging bijna van hun bestaan beroofd. Zij gingen na de ‘Stop de Groene Leugen’-actie verder in het Mosselconvenant. Liefst 125 miljoen euro spendeerden de 60-70 mosselbedrijven voor ‘verduurzaming’ in afgelopen 10 jaar.

Momenteel lijken Natuurmonumenten cs aan te sturen op het opbreken van dat Convenant uit 2009.

Omdat de pupillen van Piersma als Tjisse van der Heide met Natuurmonumenten liefst 4 miljoen euro Waddenfondsgeld kregen voor ‘onderzoek’ waarvan de conclusie bijvoorbaat vaststaat: de visserij moet weg. Met onderzoek- ‘Waddenmozaiek’ waarvan een veldcoordinator (Han Olff, of Han Lindeboom) in 4 jaar tijd een half miljoen euro toucheert. 

‘De Groene Leugen’, zo noemen (mossel) vissers de naturalistische drogreden

Sinds het Kokkelarrest kennen academie-activisten van het NIOZ/RUG en hun milieuclubjes de winnende strategie; verdenking zaaien op academisch niveau is genoeg, om de Waddenzee voor jou alleen te claimen. De voorzitter van de Mosselaars Cees Otte sprak daarom terecht zijn zorg uit bij de jaarvergadering afgelopen weekeinde.. 

Een goed punt dat Waddenvereniging en Vogelbescherming in 2004 hadden was wel: Nederland had de Habitatrichtlijn dus nog niet in alle procedures geimplementeerd bij natuurgebruik. Dat ze dat afdwongen, is juridisch gezien te billijken. Hoewel ook hierover meer balletjes zijn op te gooien. Waarover later meer.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *