‘En ik verteerde ze en doorstak ze’… (2 Samuel 23)

De Britse vliegers, met zicht op Jorwerd. Oorlogs-helden of misdadigers?

Op de zondag geen profane boodschappen. Dan lezen we uit de Heilige Schrift, en we besluiten vandaag Bijbelboek 2 Samuel met de beschrijving van koning David’s nadagen. Deze Joodse krijgsheer mag nog 1 maal op Psalmistische wijze bezingen hoe ‘De Heere’ hem gunstig is gezind als ‘Rotssteen’.

Dat betekent vooral dat De Heere als oorlogsgod hem militair succes verleent, zoals bij alle krijgsheren uit de historie van Alexander de Grote tot Karel de Grote, Frederik de Grote en ‘Gott mit Uns’ op de koppelriem van de Duitsers.

Maar David is al zo verzwakt dat zijn krijgsoversten hem manen beter niet meer mee ten oorlog te gaan.  Het Bijbelboek 2 Samuel eindigt met een bizarre geschiedenis waarin De Heere David zowel verleidt tot het houden van een volkstelling, als dat De Heere hem daarvoor straft via een uitroeiingscampagne onder het volk.

Skillaard

Mensenoffer tegen hongersnood
Hoofdstuk 21 begint al even bizar. De Heere maant David tot het doen van een mensenoffer, zodat een hongersnood uit het land zal wijken. Het thema ‘collectieve bloedschuld’ en bloedwraak is een terugkerend fenomeen in het Oude Testament, maar ook in alle heidense religies.

Het moderne secularisme-transhumanisme van ‘The New World Order’ laadde immers ook een collectieve bloedschuld op de Duitsers, zodat zij als volk na 75 jaar nog moeten blijven betalen, voor wat een minderheid van hun voorouders aanrichtte.

Zodat hun gehele volk via etnische verdunning als het ware moet worden uitgeroeid door de geestverwanten van D66, door geestelijke vernedering en knechting. Zo wil de linkse medemens ook het gehele Westen een schuldcomplex over de geschiedenis aanwrijven. Niets veranderd dus, zo sinds de IJzertijd.

In de Bijbel komt zoiets alleen wat meer direct en bot naar binnen. We lezen hier:

En daar was in Davids dagen een honger, drie jaren, jaar achter jaar: en David zocht het aangezicht des Heeren, en de Heere zeide: Het is om Saul en om de bloedschuld zijns huizes, omdat hij de Gibeonieten gedood heeft.

Duivelsbeeld toren Skillaard

Net als bij alle heidense cultussen, wordt een natuurfenomeen dus toegeschreven aan goddelijke toorn. Die toorn/onbalans moet eerst ingelost. Net als bij Frans Timmermans (zeker PvdA!), die heel Europa wil offeren voor de Klimaatgod via aflatenhandel (CO2). Wie niet meer in God wil geloven, gaat de gekste dingen geloven, zelfs in zichzelf.

In vorige afleveringen, zagen we dat de gunst van De Heere van koning Saul op David overging. Omdat Saul de genocide op de Amelekieten niet grondig genoeg had uitgevoerd raakte hij uit de gunst.

Maar nu zou Saul dus onterecht de Gibeonieten hebben willen uitroeien. En dat was ook weer niet goed. Dus nu mogen die Gibeonieten als genoegdoening een mensenoffer eisen. Namelijk 7 nazaten uit de bloedlijn van Saul om te verhangen als mensenoffer voor De Heere: (2 Samuel 21:6)

Laat ons zeven mannen van zijne zonen gegeven worden, dat wij ze den Heere ophangen te Gibea Sauls, o gij verkorene des Heeren. En de Koning (David RZ) zeide: Ik zal ze geven.

De Britse vliegers op Skillaard, het waren er zeven maar het kerkhof heeft 8 stenen; waren die ‘helden’ of genocide-plegers?

De ene bloedlijn roeit de ander uit
Op die wijze worden dus de restanten van David’s voorganger Saul’s bloedlijn uitgeroeid, ze werden ‘gedood in de dagen des oogstes’. Dus als oogstoffer. Een van de ‘bijwijven’ van Saul, Rizpa verjaagt de aaseters bij de 7 hangende lijken. Als David dat hoort, laat hij ze afnemen en samen met het gebeente van Saul en Jonathan in een graf leggen,

‘in het land Benjamins te Zela, in het graf zijns vaders Kis, en deden alles dat de Koning geboden had. Alzoo werd God na dezen den lande verbeden (2 Samuel 21 :14)

Daarmee is de concurrentie volledig begraven, en de toorn van God is gesust met dit mensenoffer.

Een daarop volgende passage is bijna aandoenlijk. De al oud geworden krijgsheer David gaat nog met zijn krijgsbende ten oorlog tegen de Filistijnen. Maar zijn aloude kracht is niet meer met hem, de Bijbel beschrijft dat David moe werd.

Een Filistijn, Jisbibenob zal hem dan doorsteken met een zwaard, maar Abisai redt het leven van David.

‘Toen zwoeren hem de mannen Davids, zeggende: Gij zult niet meer met ons uittrekken ten strijde opdat gij de lamp Israel’s niet uitbluscht’

Want zodra de koning dood is, dan staat een andere troonpretendent op, en krijg je weer burgeroorlog tussen concurrerende bloedlijnen die de macht opeisen. Zo kwam David zelf aan de macht, ten koste van de nazaten van Saul. En zo probeerde in de vorige aflevering zijn zoon Absalom zijn vader nog te grazen te nemen.

Bij Ieper, dit is vlak bij Passendale

‘Ik vervolgde mijne vijanden’
We zullen zien dat in het opvolgende Bijbelboek Koningen zoiets meteen gebeurt. Voor David rest in 2 Samuel 22 nog zijn rol als ‘Richter’-koning. Iemand met direct lijntje naar De Heere door wie ‘de geest des Heeren’ spreekt (2 Samuel 23:2) , die militaire successen boekt voor zijn volk. Dan volgt een Psalmistische lofzang hoe David zijn vijanden verdelgen kon.

Het hoofdstuk opent:

David sprak de woorden dezes lieds tot den Heere, ten dage als de Heere hem verlost had uit de hand zijner vijanden en de hand Sauls.

De Heere komt op zijn aanroep als woeste natuurkracht te hulp, die:

…’donderde van den Heemel en de Allerhoogste gaf zijne stem. En Hij zond pijlen uit en verstrooide ze, bliksem en verschrikte ze. En de diepe kolken der zee werde ontdekt, door het schelden des Heeren, van het geblaas  des winds van zijnen neus.

En dan in Ieper de gevallenen gedenken in de Eerste Wereld Oorlog

We komen hier verschillende passages uit de Psalmen tegen als ‘met U loop ik door een bende, met U spring ik over een muur’. Het leven in de IJzertijd was 1 van continue darwinistische volkenstrijd, eten of gegeten worden. Je god verschafte zich religieus aanzien door succes op het slagveld:

Hij leert mijne handen ten strijde, zoodat een stalen boog met mijne armen verbroken is.

En

Ik vervolgde mijne vijanden en verdelgde ze, en keerde niet weder totdat ik ze verdaan had. En ik verteerde ze en doorstak ze, dat zij niet weder opstonden, maar zij vielen onder mijne voeten.

Kathedraal Ieper

Hoofdstuk 23 stelt dan:

Voorts zijn dit de laatste woorden Davids. David de zoon van Isai zegt, en de man die hoog is opgericht, de gezalfde des Gods Jakobs, en liefelijk in psalmen Israels, zegt:

De Geest des Heeren heeft door mij gesproken, en zijne rede is op mijne tong geweest.

David was dus als de Kalief in de Islam, de wereldlijke heerser en geestelijk leidsman in 1. David zegt van zichzelf als kalief/krijgsheer:

De God Israel’s heeft gezegd, de rotssteen Israel’s heeft tot mij gesproken: Daar zijn zijn een Heerscher over de menschen, een Rechtvaardige, een Heerscher in de Vreeze Gods

En David spreekt de verwachting uit, dat zijn bloedlijn ook tot de heersende klasse zal behoren:

Hoewel mijn huis alzoo niet is bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld, dat in alles wel geordineerd en bewaard is; voorzeker is daarin al mijn heil en alle lust, hoewel Hij het nog niet doet uitspruiten.

Herinneringskruisje met klaproos in de Menenpoort Ieper

Joodse grondigheid
Terwijl de concurrentie als ‘mannen Belials’ neergezet wordt, die zullen allemaal zijn als doornen, die weggeworpen worden’, en verder ook ‘ganschelijk met vuur verbrand terzelfder plaatse.’

Half werk houden ze in het Oude Testament niet zo van, we lezen hier over Judische Grundichkeit. In 2 Samuel 23 lezen we vervolgens een opsomming van alle krijgshelden uit het leger van David, en hun militaire wonderdaden. Wat dacht je van Eleazar, de zoon van Dodo. Die

stond op en sloeg onder de Filistijnen, totdat zijne hand moede werd, ja zijne hand aan het zwaard kleefde; en de Heere wrocht een groot heil te dien dage; en het volk keerde wederom hem na, alleenlijk om te plunderen.

Of wat dacht je van de broer van Joab, Abisai die alleen met zijn spies wel driehonderd vijanden vernietigde. En Benaja, die ‘sloeg twee leeuwen van Moab, ook ging hij af en sloeg eenen leeuw in het midden van eenen kuil in de sneeuwtijd.’

Die Benaja rukte ook de spies uit de hand van een Egyptenaar om hem met zijn eigen spies te doden, zo pocht de Joodse historieschrijver over de helden uit het leger van hun kalief/krijgsheer David.

Dat waren nog eens mannen van een ander kaliber dan die bangvoordegriepmietjes om je heen, met hun mondkapjes op.

Menenpoort, waar de namen van vermisten in de Derde Slag om Ieper in staan, een man of 55 duizend

De Heere’s duivels trilemma
Net is de opsomming van al die krijgshelden uit David’s leger afgerond. En plompverloren opent hoofdstuk 24 dan, met De Heere die David verleidt tot het kwade als ware hij satan uit het Job-verhaal. Net als bij de ‘boze geest des Heeren’ die Saul tot kwaad verleidde:

En de toorn des Heeren voer voort te ontsteken tegen Israel, en Hij porde tegen David aan tegen hen, zeggende: Ga, tel Israel en Juda. De Koning zeide dan tot Joab, de krijgsoverste die bij hem was: Trek nu om door alle stammen Israels, van Dan tot Ber Seba toe, en tel het volk, opdat ik het getal des volks wete,.

Joab wil David nog tot rede manen, maar David heeft de overhand. Ze tellen dan 800 duizend ‘strijdbare mannen die het zwaard uittrokken, en de mannen van Juda waren vijf honderd duizend man’. Een wel heel immens leger voor een klein woestijnstaatje in de IJzertijd.

De Duitse begraafplaats bij Ieper waar ook een man of 30 duizend liggen

Maar als David dan de opdracht/verleiding uitvoerde van De Heere die ‘tegen hem aan porde zeggende “Ga tel Israel en Juda’, stelt de Bijbel plots:

En Davids hart sloeg hem nadat hij het volk geteld had, en David zeide tot den Heere: Ik heb zeer gezondigd in hetgeen ik gedaan heb; maar nu o Heere, neem toch de misdaad uws knechts weg, want ik heb zeer zottelijk gedaan.

Zo lezen we dat De Heere David heeft misleid/gebruikt, om zo een akelige straf over Israel uit te kunnen voeren. In 2 Samuel 24:13, komt via de profeet Gad het duivels trilemma naar David dat De Heere hem voorlegt:

Zal u een honger van zeven jaren in uw land komen? Of wilt gij drie maanden vlieden voor het aangezicht van uw vijanden? Of dat er drie dagen pestilentie in uw land zij?

Flanders Fields Museum Ieper. Kapitein Fritz Haber ontwikkelde chloorgas voor de slag bij Ieper van april 1915: later ontwikkelde hij Zyklon B. Haber was een Joodse Duitser….

De Heere houdt de vreze er goed in
David wil niet kiezen, en laat De Heere zelf beslissen, ‘want zijne barmhartigheden zijn vele, maar laat mij in de hand van menschen niet vallen.’ Oftewel, David wil zelf de dans ontspringen, en niet door vijanden verslagen worden. Liever laat ‘de man naar God’s hart’ David tienduizenden van zijn eigen volk door de pest omkomen voor zijn eigen zonde.

En dat is wat de Heere dan via een Engel over Israel brengt: (2 Samuel 24: 15)

Toen gaf de Heere eene pestilentie in Israel van den morgen af tot den gezetten tijd toe: en er stierven van het volk, van Dan tot Ber Seba toe, zeventig duizend mannen.

Toen nu de Engel zijne hand uitstrekte over Jeruzalem om het te verderven, berouwde het den Heere over dat kwaad, en Hij zeide tot den Engel die het verderf onder het volk maakte: het is genoeg, trek uwe hand nu af.

De Engel des Heeren nu was bij den dorschvloer van Arauna de Jebusiet.

Dodenakkertje Derde Slag bij Ieper (1917)

Barbecue om ‘de Heere te verbeden’
Andermaal lezen we hier hoe de krijgsgod van de Joden, de Heere berouw kan krijgen van zijn eigen wandaden tegen de menselijkheid. Niet voor niets noemen de Gnostici die Oud Testamentische Heere ‘de Demiurg’, de halfgod. Want je ziet hier dus dat God zelf David tot het kwade verleidt.

Enkel als aanleiding en kwaadaardig excuus, om zijn wraakzucht over Israel te kunnen botvieren. Het Bijbelboek 2 Samuel eindigt vervolgens met David, die de rol van priester-koning/Kalief inneemt.

De dorschvloer van Arauna verbouwen ze tot offerplaats om runderen te brandofferen. En na die barbecue is de Heere’s bloedlust weer even gesust, zo lezen we in de laatste passage van 2 Samuel:

En David bouwde aldaar den Heere een altaar, en offerde brandofferen en dankofferen: alzoo werd de Heere den lande verbeden en deze plaag van over Israel opgehouden.

Fijn dat alles in de Bijbel dan uiteindelijk zo goed afloopt. 🙂

In Flanders Fields Museum Ieper: de plastische chirurgie nam hoge vlucht dankzij alle verminkte soldaten die van het front terugkeerden…

Dankzij het Woord wel ‘verstilling’ maar geen ‘verstomming’
De lezing van beide Samuel-boeken concluderend, zien we dat er eigenlijk geen meer profaan boek lijkt te zijn dan ‘De Heilige Schrift’, de opsomming van militaire wonderdaden van koning/kalief David, die zijn concurrenten uitschakelt, inclusief opstandige zoon.

Zonder Jezus Christus er tussenin, die ‘zoon van David’ genoemd werd, wil je liefst niet met ‘De Heere’ in confrontatie komen. Want je weet nooit waar je aan toe bent. Net als in het echte leven overigens.

En Hij weet dat zelf ook niet goed, want Hij kan ‘berouw’ krijgen van zijn wandaden tegen de menselijkheid, zo lees je in de Bijbel. Net als in het Noach-verhaal. Je mag dus ook best begrip tonen voor mensen die het geloof vaarwel zeggen, wanneer ze die gruwelijke Heere in actie zien. Als vorm van spirituele suïcide, uit teleurstelling.

Die Heere is in Bijbelboek Samuel dus als Het Leven zelf, wat theologisch verantwoord is om te stellen: de Schepper = Het Leven.

Schietgat in de loopgraaf Ieper

Niet voor niets geldt als eerste GEBOD ‘Heb God lief’, dus heilig Het Leven ondanks alles. Ondanks alle gruwelen die je overkomen kunnen. En ondanks dat kleine dagelijkse lijden dat als druppels op je voorhoofd door druppelt..

Je mag niet de slachtofferrol innemen,  althans, niet wanneer je eigenlijk in je hele leven nooit iets echt ergs overkwam.

Dan sta je in een houding, alsof je recht hebt op genoegdoening tegen ‘Het Leven’. Op dat vlak duldt De Heere echter geen concurrentie, je kunt de vergelding dus beter overlaten aan De Grote Specialist.

De antieke Statenbijbel, voortaan Iedere Zondag

Naar Hem toe citeren we wel eens ‘Laurel and Hardy’: a fine mess you made. Iets dat je tot saamhorigheid met je dierbaren mag stemmen, in plaats van individuele rancune naar “Het Bestaan’, zodat je van anderen verwijdert. Die existentialistische slachtofferkreet ‘de hel dat is de ander’.

Boos worden op God/Het Leven brengt je nergens, net als boos worden op ‘het weer’. Met De Bijbel heb je gelukkig nog ‘Het Woord’ om aan die vorm van machteloosheid niet ook nog sprakeloosheid toe te voegen, verstomming in plaats van ‘Verstilling’ (eerbied, ontzag).

Daar zijn woorden voor, Het Woord zelfs. En dat lezen we hier iedere week. Heb een goede Zondag

One Reply to “‘En ik verteerde ze en doorstak ze’… (2 Samuel 23)”

  1. Het gaat natuurlijk al mis bij Adam en Eva, hun kinderen Kain en Abel.
    De ruwheid van het O.T. kent gelukkig ook de lofuitingen, de ecenomische waarheid van 7 vette en 7 magere jaren. Hooglied en wat mij betreft het mooiste boek Spreuken.
    En zoals hier gesteld in de loop van de eeuwen is er maar weinig veranderd. Alleen nu vermoorden we miljoenen in een hand omdraai.

    Vandaag vroeg mijn dochter van 9, die (uiteraard) niet orthodox wordt opgevoed: “Wat was er voor God”?
    Ik zei als iemand je dat ooit vraagt, vraag je die persoon wat er voor de Oerknal was of buiten het universum of het multiversum of….. Dus dit geeft geen reden om bij God weg te stappen.

    Ik zei, wij zijn ,al zou je het aan de ruwheid van handelen niet zeggen, het hoogst ontwikkelde wezen op deze Aardkloot en als God, Jezus en de Engelen een niveautje hoger liggen is dat onze toekomst.
    Maar het is die verdomde gevallen Engel.
    Dat maakt het O.T. zo boeiend. De ruwheid, de onmenselijke menselijkheid. Maar Engelen en profeten waren de dragers van het Woord, door al die ruwheid heen.
    Lukt het je door zal je shit heen contact te houden met de goede God. David blijkbaar wel en Saul niet ( of Saul niet genoeg, voor de taak waar die voor bedoeld was).
    Jezus, de grote Wieder Gut Macher.
    Die heeft voor heel veel herstelde en nieuwe draadjes naar de grote Man gezorgd.
    Er zou zomaar eens een tijd aan kunnen breken, waarin God een nieuwe fase gaat inluiden.
    Het Woord is in alle uithoeken verkondigd geweest. de grote uitdoving van het Woord is al jaren aan de gang.

    Het Jodendom heeft zich nooit bekommerd om de heiden. Van hen hoeven we niks te verwachten, dan arrogantie of in het kwade geval, zionisme. In het zielige geval, en dat is het geval, moeten ze zich om zichzelf bekommeren.

    David was die Israëliet, die kon vechten, beminnen, lof kon uiten en hiermee denk ik een maximaal mens was in zijn tijd ( een soort Putin?). Maar naast die koningen, was ik juist altijd veel geïnteresseerd in de profeten.
    Een direct lijntje met God en proberen zo’n koning via dat directe lijntje te sturen. Maar dat ging meestal fout. Wat een menselijke God! Wat een oneindig geduld!
    Dat pakte heel veel later de katholieke kerk anders aan.
    Daar was geen direct lijntje, Interesseerde ze ook niet. Ze wilde zelf de macht zijn.

    Zelf ben ik een fatalist. We hebben zogenaamde keuzevrijheid en dat lijkt ook zo. Maar we zijn bouwsteentjes, die hun functie uitvoeren. Ons handelen is vaak een reactie op een actie. En als het bouwsteentje Saul even rammelt, dat voegen we een nieuwe toe. Dat sommige bouwstenen van enorme waarde zijn, is evident.

    Dat de Spreukenschrijver ( Salomo ? …) zich hierover verbaast, vind ik alleen maar mooi om te zien. Alles is ijdelheid! Zitten we dan gewoon het gevecht uit te vechten van het Goede tegen het kwade. Dat denk ik wel.
    EN soms gaat dat intern enorm mis en gaat ons gedrag aan alle kanten enorm fout, zie David.
    en juist in het fout gaan is het dus van belang de verbinding te houden en dat zat gelukkig wel goed.

Laat een reactie achter aan johan den haag Antwoord annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *